Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreezen, dat de discipelen zijn lichaam zouden stelen en vertellen, dat hij was opgestaan. Pilatus stond hun toe voor dat doel hun eigen soldaten te gebruiken. Maar hun zorg was vruchteloos.

Op den morgen van den 3den dag begaven zich Maria Magdalena en andere vrouwen naar het graf om Jezus' lichaam te balsemen. Onderweg zeiden zij tot elkander: „Wie zal ons den steen van de deur des grafs afwentelen?" Maar, bij het graf gekomen, zagen zij het geopend. Want in den vroegen morgen was een engel nedergedaald. Uit vrees van hem waren de wachters gevlucht. Daarna had hij den steen afgewenteld en thans zat hij daarop.

De vrouwen waren eerst zeer ontsteld, toen zij het graf geopend zagen. Zij dachten, dat de Joden's Heeren lichaam hadden weggenomen en Maria Magdalena ging naar Jerusalem om dat den discipelen te vertellen. De andere vrouwen gingen echter tot dicht bij het graf. Toen zij den engel zagen vreesden zij, maar deze zeide: „Vreest niet, want ik weet, dat gij zoekt Jezus, die gekruisigd was. Hij is hier niet, want hij is opgestaan, gelijk hij gezegd heeft." Als zij hierna weggingen is hun Jezus zelf verschenen. En zij vielen aan zijne voeten en aanbaden hem.

Intusschen waren ook Petrus en Johannes gekomen. Ook zij zagen in het graf slechts de doeken, ki welke men Jezus' lichaam had gewikkeld. Ontsteld keerden zij naar huis, want zij wisten niet, dat de Heere was opgestaan.

Maria Magdalena was inmiddels teruggekomen en stond bij het graf, weenende. Toen zij zich nu bukte om er nog eens in te zien, zag zij 2 engelen in witte kleederen. Deze vroegen: „Vrouw, wat weent gij?" Zij antwoordde, dat zij bedroefd was, omdat men haren Heere had weggenomen. Vervolgens keerde zij zich om en zag Jezus staan. Doch zij herkende hem niet. Toen vroeg hij haar: „Vrouw, wat weent gij? Wien

Sluiten