Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

De voor de Verkiezingsstatistiek benoodigde gegevens — met uitzondering van de cijfers der mannelijke bevolking van 25 jaar of ouder — werden, ingevolge aanschrijving van den Minister van Binnenlandsche Zaken, rechtstreeks door de Burgemeesters der gemeenten, die tevens hoofdplaatsen der kiesdistricten zijn, aan het Centraal Bureau voor de Statistiek toegezonden.

Net de bewerking en uitgifte van het Eerste Gedeelte dezer Statistiek, als Bijdragen tot de Statistiek van Nederland, Nieuwe Volgreeks, VIII verschenen, waarin de uitslag der verkiezingen tot en met 12 Augustus j.1. zijn opgenomen, werden de gegevens voor de Kiezersstatistiek, t. w. het aantal kiezers in elke gemeente aanwezig, onderscheiden naar de kiesbevoegdheid, van de Commissarissen der Koningin ontvangen.

Bij de groepeering dezer laatste gegevens naar de kiesdistricten, bleek, dat het op deze wijze verkregen kiezerscijfer voor een aantal kiesdistricten niet overeenstemde met de getallen door de Burgemeesters opgegeven, eene omstandigheid, welke leidde tot briefwisseling, gevolgd door correctie, ten deele van de door de Commissarissen der Koningin, doch mterendeels van de door de Burgemeesters verstrekte cijfers. Waar de door de Burgemeesters verstrekte opgaven, voor zoover deze reeds gepubliceerd waren, wijziging, behoorden te ondergaan, scheen het wenschelijk deze verbeterde getallen, welke in de, mede door het Centraal Bureau uit te geven Kiezersstatistiek verschijnen, ter voorkoming van verwarring, op nieuw in het licht te geven. Daarbij zijn, om misvatting zooveel mogelijk te voorkomen, de verhoudingsgetallen slechts d&n in het Tweede Gedeelte opgenomen, indien wijziging in de absolute getallen ook leidde tot wijziging in de percentage-berekening.

In het thans verschijnend Tweede Gedeelte van Bijdrage VIII zijn voorts, behalve deze door foutieve opgaven der Burgemeesters noodig geworden correcties van vroeger reeds gepubliceerde gegevens, mede in het licht gegeven de uitkomsten van alle verkiezingen voor de Tweede Kamer die sedert 23 Juli hebben plaats gehad. Voor de Provinciale Staten zijn slechts de uitkomsten met betrekking tot die verkiezingen (sedert 23 Juli) vermeld, welke konden gerekend worden te behooren tot de periodieke verkiezingen.

Het Bijvoegsel bij het op 14 Augustus jl. verschenen Eerste Gedeelte der Verkiezingsstatistiek, hetwelk het tijdperk 23 Juli—12 Augustus bevatte, is dus geheel in deze publicatie opgenomen en kan mitsdien als vervallen worden beschouwd.