Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den krop van afgeoogst heeft, laat men den moederstengel een tot twee maanden staan. Van zulk eenen stengel bekomt men soms drie of vier loten, nu en dan zelfs het dubbele hiervan.

Kool plant men gewoonlijk tegen het einde van den regentijd of in den oostmoesson aan, omdat zij niet tegen vochtig weder kan en het in den krop achterblijvend regenwater licht verrotting veroorzaakt. Plantjes, waarvan de krop aldus dreigen te mislukken, worden gewoonlijk zwaar aangeaard en bemest. Hebben zij loten gevormd, dan wordt de aangetaste krop verwijderd en houdt men slechts één of twee van de best ontwikkelde loten aan, terwijl men de overige wegsnijdt. Uit den aard der zaak echter blijven de zich uit deze zijloten vormende kroppen kleiner van stuk dan die, welke zich normaal als top van den moederstengel kan ontwikkelen. Zij wordt gewoonlijk niet verkocht, doch door den verbouwer voor eigen consumptie aangewend.

Waar de grond zeer los is, worden de plantgaten staande het uitplanten met den vinger gemaakt, anders bedient men zich hiertoe van een stuk bamboe of eenen pootstok.

Kool is een gewas, dat veel mest noodig heeft en vooral vóór de kropvorming nog al zorg eischt. Maar doorgaans wordt de arbeid ruimschoots vergoed door de prijzen, welke voor het product, ook op de plaats van verbouw, worden gemaakt.

Voor bemesting gebruikt men liefst afval van pluimvee, welke gewoonlijk met een kleiner deel mest van groot en klein vee ook van paarden of met gebrande zemelen wordt vermengd. Hij wordt niet te voren noch gelijktijdig bij het uitplanten aangewend, doch eerst tien of veertien dagen daarna, wanneer de aanplant zich heeft hersteld. Op den leeftijd van l1/, of 2 maanden wordt er voor den tweeden gewoonlijk ook laatsten keer bemest, wanneer de vorming van stug horizontaal of benedenwaarts afhangend donkergroen loof is opgehouden en de plant zich in krop begint te zetten.

De bemesting wordt voorafgegaan door of gaat samen met wieden. Zelden wordt er meer dan twee keer gewied, tenzij het plantsoen overlast heeft van onkruid, in welk geval men

Sluiten