Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maal in een sawah-complex genesteld, dan zijn zij moeilijk uit te roeien, bedreigen zij ook het padigewas.

De voorstanders meenen, dat alleen dan de grond niet behoorlijk zoude kunnen uitzuren, wanneer hij bedekt bleef met stilstaand water. Daar bij de vischteelt het water stroomend dient gehouden en dit water zelf voldoende versche lucht bevat, zoude dat bezwaar ontgaan worden. Bovendien wordt de sawah niet aanstonds, nadat zij voor de vischteelt benut is geweest, met padi beplant, doch eerst nog meermalen omgespit en wel met tusschenpoozen, die, zoo zij niet lang genoeg mochten duren, toch nog zoo waren te regelen, dat de grond behoorlijk kon uitzuren. Yoorts onttrekt men door het telen van visch geene voor padi voedende bestanddeelen aan den grond, doch worden deze daar eerder aan toegevoerd, omdat het stroomend water slib e. a. stoffen bevat, die op de sawah bezinken. Ook bevordert dit water de verwering van het achtergebleven stroo en het onkruid; werkt het de vorming in de hand van allerlei planten, die, uit vleezige deelen bestaande, gemakkelijk vergaan, wegens het onderploegen bij de grondbewerking als groene mest aangewend, noodwendig de vruchtbaarheid van den bodem helpen verhoogen.

De feiten hebben trouwens aangetoond, dat wanneer niet overal de sawahs verbeterd zijn wegens de teelt van goudvisch, zij er toch zeker niet op achteruit zijn gegaan. En mogen die gunstige uitkomsten al niet uitgewezen worden door zware gronden, omdat deze zich door het onder water zetten onwillekeurig meer en meer samenpakken, men zou de waarheid geweld aandoen, wanneer men niet erkende, dat tegenover dergelijke meer of minder innig samenhangende gronden er evenzeer sawahs bestaan met poreusen bodem, voor welke het inundeeren eerder heilzaam dan schadelijk is.

De voor de teelt op sawahs bestemde plantvisch noemt men boerajak en wordt in speciaal daartoe aangelegde vijvers gewonnen, die zich van de andere hieronder nader te bespreken vijvers onderscheiden door de aanwezigheid van een aantal pakakabans d. i. indjoek- of arenvezels plaggen, welke zoodanig

Sluiten