Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene helling op te voeren, zoo heet de losse machine bij de bevolking pantjingan. Eenige jaren geleden nu, toen de baan niet verder dan tot Garoet in exploitatie was, kwam de Batavia trein d. i. de voornaamste van alle treinen wegens het personenvervoer, tegen 12 uur te Lampëgan aan. Daar stond de pantjingan gereed, om den trein verder naar Tjibëbër te pantjingen.

Er zijn meer van dergelijke aan iets plaatselijks ontleende uitdrukkingen. Zoo spreekt men in sommige streken voor het herstellen en onderhouden van heerendienstwegen van «/enen, omdat daar dat werk des maandags [senen\ geschiedt.

Niet onverdienstelijk van den geen, wien zij het eerst ontviel, is de uitdrukking poekoel njatoe voor of als een jeu de mot op poekoel satoe. Men weet, dat njatoe in het Soendaasch eten beteekent. Yan het namiddaguur van één is in de uitdrukking poekoel njatoe, dus het etensuur gemaakt.

38). Het eene, zegt men, is afgeleid van idjo of hedjo, hetgeen groen beteekent; i. c. en gelijk de Soendanees het uitdrukt, ngahedjokeun tanaga d. w. z. de aan de bebouwing te besteden krachten groen maken, verjongen, aansterken, door het nemen van voorschot ter aanschaffing van leeftocht. Het andere beteekent drukken, eigenlijk aan banden 'leggen d. w. z. het gewas, dat reeds uitgeplant is, mogelijk zelfs geoogst staat te worden, is getimpahd, gedrukt, aan banden gelegd. En mag de verbouwer er al berouw over gevoelen, hij heeft er thans kalm in te berusten, hij is gebonden aan het voorschot.

39). vSiga hawoe leu aja seuneuan" zegt de Soendanees in de spreektaal.

40). Het langer eind — aan den rechterkant — van de landjam dadali bij den sawah-ploeg wordt daaraan toegeschreven, dat tengevolge van de tjeuli of uitschulping, welke den opengespleten grond tevens keeren moet, het kouter dieper indringt dan bij de broedjoel, weshalve dat ploegijzer aan dien kant der uitschulping een hechter steunpunt moet hebben, steviger dient bevestigd te wezen.

41). In Bagelen e. a. streken van Midden- en Oost Java wordt algemeen van runderen gebruik gemaakt voor trek- en ploegvee. Onder deze trekdieren zagen wij vooral in Oost Java inderdaad fraaie exemplaren.— Bekend is het trouwens, hoezeer de Madoerees gesteld is op zijne ossen en welke zorgen hij daarvoor overheeft. Jaarlijks worden er in Madoera wedrennen van ossen z. g. krërapans gehouden, die daar evenzeer een nationeel feest zijn als in de Soendalanden de paardenwedloopen of ■balomba koeda.

Sluiten