Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eesident vaa Tjiancljoer, P. F. Sijthoff, thans Resident van Samarang — zoo wij ons niet vergissen in het jaar 1890 — met verrassende uitkomsten genomen proef van spontane boschvorming op den goenoeng Boeloet, een der geïsoleerde heuvels, behoorende tot de zuidelijke uitloopers van den Gëde-keten op de grensscheiding met de afdeeling Soekaboemi, nabij de onderdistrictshoofdplaats Gekbrong, enkel en alleen door één zijde van genoemden heuvel uit te sluiten voor uitgifte tot ontginning aan de bevolking, met verbod tevens, om er vee op te weiden. Dit laatste om te voorkomen, dat, wat er niet afgegraasd werd, toch vertreden zou worden.— Vergissen wij ons niet, dan hebben ook op de hellingen van Soembing en Sindara zoomede Mërbaboe met evenveel succes soortgelijke proeven plaats gehad.

45). Deze bewerking noemt men in de Soenda'anden „disëbit".

46). Zoo o. a. in de Preanger op de oostelijke en noordelijke hellingen van het Gëde gebergte, waar de breed afloopende ruggen binnen het gebied van het district Bajabang, beter bekend zijn onder de plaatselijke benaming van Pasirlini en Pasirgintoeng, terwijl die onder het ressort van het daaraangrenzend district Tjipoetri onder de benaming van Pasirgaloedra, Pasirsarongge en Pasirtjina— nog noordelijker onder die van Rarahan.

\an af Pasirlini nu tot aan Pasirgaloedra is tabak de overheerschende cultuur; op Pasirsarongge en Pasirtjina wordt naast tabak zeer veel aardappelen, ook kool aangeplant; terwijl op Rarahan de ovengenoemde gewassen verbouwd worden op de hellingen van het bergacatig terrein en seldery meer in de onmiddellijke nabijheid van bronnen, hier en daar als onregelmatige inhammen voorbij de grenzen van het onder geregeld beheer gebracht boschterrein.

Van uit de vlakte leveren deze nederzettingen een interessant panorama °P> gelijken zij op grootere en kleinere eilanden in eene veelkleurige zee van geel, groen en de nuanceeringen hiertusschen.

47). Koolplanters op de oostelijke en noordelijke hellingen van het Gëde gebergte onder het ressort van het district Tjipoetri, afdeeling Jjiandjoer, hebben intusschen al zooveel ervaring opgedaan, dat zij het plantmateriaal niet meer van ter plaatse aangelegde tuinen winnen, doch dit zelfs van velden op de hellingen van den Tangkoebanprahoe en Boerangrang ten noorden van Bandoeng betrekken. Soms komen lieden uit deze streken opzettelijk het plantmateriaal op de passers Tjimatjan, Patjet en Tjiwalen in Tjipoetri te koop brengen. Enkelen slaan het uit Panjairan in het zuiden van district Tjikondang of nog zuidelijker op. Zulks omdat

Sluiten