Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De staartpennen hebben ook deze laatste kleur met uitzondering van het onderste paar, dat bijna geheel wit is. Lengte 18 cM.

Het verspreidingsgebied van dezen vogel is zeer groot. Men vindt hem des zomers tot in de Noordelijke helft van Europa en Azië, terwijl hij zich tegen den herfst weer naar het Zuiden terugtrekt.

Motacilla melanope, Pall. is de tweede, op Java voorkomende soort. Zij gelijkt op de vorige, doch is iets grooter (bijna 19 cM.) Vokdekman geeft voor Batavia den Maleischen naam limdjana op. Ook deze soort is over een groot gedeelte der oude wereld verspreid. In levenswijze komen beide soorten geheel overeen; zij zoeken hun voedsel, dat uit insecten, wormpjes en soms slakken bestaat, op den grond, waarbij zij bedrijvig heen en weer trippelen, telkens een klein eindje opvliegen en hun staart voortdurend in beweging houden. Zij zetten zich zelden of nooit op boomen, hoogstens op een rietstengel of in laag kreupelhout en vertoeven in het algemeen gaarne in de nabijheid van water.

b. Familie der Piepers (Anthidae).

De eenige Javaansche vertegenwoordiger dezer familie, Anthus rufulus, Vieill. is geen algemeene vogel. Hij is van de grootte der Kwikstaarten en nadert in zijn vederkleed meer tot de Leeuweriken. „Alle bovendeelen zijn geelachtig sepiakleurig, doch met okergele eindrandjes aan de vederen, waardoor zich kop, nek en mantel als geschubd voordoen. De zijden van den nek, de flanken en alle onderdeelen hebben eene isabellagele tint, die het sterkst geprononceerd is op den krop en langs de flanken geleidelijk in de donkerder kleur van den rug overgaat. Alleen de kin is witachtig." (Vorderman). Yan de levenswijze van dezen vogel is weinig bekend.

Groep IX. Leeuweriken.

a. Familie der Leeuweriken (Alandidae).

Ook van deze familie komt op Java slechts ééne soort voor, Mirafra javanira. Horsf., de brandjangan (mal. en jav.) of manoek

Sluiten