Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neerstrijken nog een paar malen op en lang, niidat zij zich blijkbaar voor goed hebben neergezet, komen er nog partieele rustverstoringen voor, die aanleiding geven tot omustig gefladder. Nabij eene suikerfabriek in Oost-Java hadden de glatik s een grooten waringin tot slaapplaats uitgekozen en kwamen daar eiken avond in zulk een groot aantal aanzetten, dat de takken diep doorbogen onder hun gewicht. Een klap in de handen of een slag met een stok tegen een of ander voorwerp was voldoende om de geheele bende in de hevigste gisting te brengen, die in den regel eindigde in een algemeene vlucht. Men verzekerde mij, dat een geweerschot op deze vogeltjes zulk een overweldigenden indruk maakt, dat honderden beginnen met van louter schrik op den grond te tuimelen.

De glatik's nestelen in hoog, rietachtig gras, tusschen de bladscheden van palmen als de aren-palm en de pinang en, waar weinig of geen Musschen zijn, bouwen zij hun nest ook wel op en onder daken; dit laatste nam ik op een groot erf te Soerabaia waar, waar de Musschen inderdaad zeer weinig in aantal waren en de Rijstvogeltjes geheel de allures en de levenswijze der laatste hadden overgenomen.

Munia maja, L., evenals de volgende soort door de Europeanen met den naam van nonnetje, door de inlanders met dien van bondol aangeduid (Fig. 13).

Beschrijving (naar Vorderman). Kop wit. Borst, buik en onderste staartdekveeren pikzwart, krop min of meer van Dijckbruin, terwijl de overige gedeelten van den romp donkerbruin zijn. Staartpennen evenals de slagpennen donker sepiakleurig; het middelste paar staartpennen heeft glanzende, roodbruine, harige zoomen Totale lengde 12 c.M.

Munia ferruginosa, Sparrm. (Fig. 14), in haar verspreidings. gebied tot Java beperkt, gelijkt op de vorige, doch onderscheidt zich ervan, doordat het zwart der onderdeelen zich tot den bek uitstrekt en het wit van den kop veel scherper van de donkere kleur van den romp is afgescheiden. Bovendien is zij iets kleinei (11 c.M.).

Minder algemeen is de vierde soort, Munia atricapilla, Vieill., de bondol itam (Fig. 15). Dit vogeltje, dat in grootte met de

Sluiten