Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d. Familie der Ruiters (Totanidae).

„Men kan — zoo zegt zeer terecht Schlegel in zijn Vogels van Nederland — de Ruiters beschouwen als groote Strandloopers met zeer hooge pooten en een krachtigen, veelal een weinig, maar nauwelijks in het oog vallend, opwaarts gebogen bek."

Evenals de Strandloopers hebben zij eene zeer groote, geographische verspreiding, wat wel kan blijken uit de omstandigheid, dat van de, op Java voorkomende Ruiters niet minder dan vier soorten ook in ons vaderland worden aangetroffen en aldaar bekend staan onder de namen van Groenpoot-Ruiter, Tureluur, Oeverlooper en Boschruiter.

Deze en eenige andere soorten worden gebracht tot het geslacht Totanus. De Groenpoot-Ruiter (Totanus glottis, L.), is de grootste en heeft eene vleugellengte van 18—20 c.M. Hij is afgebeeld in fig. 38. Iets kleiner is de Tureluur (Totanus calidris, L.), terwijl de in ons vaderland niet voorkomende en hier zelden voorkomende Totanus stagnatilis, Bechst. wederom iets kleiner is, maar zich bovendien door slankeren bouw, naar verhouding langere pooten en een, op de onderdeelen sneeuwwit vederkleed van de beide eerste soorten onderscheidt.

De Oeverlooper (Totanus hypoleucus, L.) en de Boschruiter Totanus glareola, Gm.) hebben pooten, die naar verhouding korter zijn dan bij de drie eerstgenoemde soorten. Overigens levert het vederkleed der verschillende soorten, zooals het zich tijdens hun verblijf op Java voordoet, weinig goede onderscheidingsteekenen op en laat zich in hoofdzaak beschrijven als witachtig op de onderdeelen en grijs of grijsachtig op de bovendeelen. Daarentegen zijn de vijf, hier voorkomende soorten wel te onderscheiden naar de kleur der pooten bij het levende of pas geschoten dier in verbinding met de lengte van den tarsus (het loopbeen) en de lengte van den vleugel:

Totanus glottis, L. Vleugellengte 180—200 m.M. Tarsus 60—65 m.M. Pooten licht groenachtig grijs.

Totanus calidris, L. Vleugellengte 150—160 m.M. Tarsus 44—50 m.M. Pooten oranje-rood.

Sluiten