Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De hier overwinterende soort, die zich eveneens aan het zeestrand ophoudt, is Strepsilas interpres, L., afgebeeld in Fig. 41. Zij wordt hier tiril kararig genoemd. De Hollandsche naam Steenlooper is ontleend aan de gewoonte, zich bij voorkeur en zeer snel tusschen steenen, schelpen, koraalstukken enz. te bewegen en daarbij ijverig te zoeken naar kreeftjes, garnalen, weekdieren en wormpjes, die daaronder verborgen zitten. Het winterkleed, waarin deze soort hier verschijnt, is wederom niet zeer levendig gekleurd en herinnert sterk aan dat der Aegialites-soorten. De halskraag ontbreekt echter; daarentegen is het achterste gedeelte van den rug wit.

d. Familie der Kieviten fVanellidaeJ.

De Kieviten zijn op Java slechts vertegenwoordigd door ééne soort, Lobivanellus (Xiphidiopterus) cucullatus, Temm. die niet zeer algemeen is. Bartels nam haar waar in de steppenachtige strandvlakten in Krawang, waar zij, naar haar stemgeluid, onder den naam bëbërèk bekend stond, terwijl Vorderman haar opgeeft voor de zoetwater-rawah's in de nabijheid van Batavia. In meer binnenwaarts gelegen streken werd zij tot dusverre niet waargenomen.

Deze Kievit, afgebeeld op PI. 42, is een zeer fraaie vogel van 33 c.M. lichaamslengte (zonder de pooten). Zij heeft twee eigenaardigheden; vooreerst een geelwitte huidlel, die naar beneden langs den voorkant der wangen afhangt en in een donker gekleurd puntje eindigt, terwijl zij zich van boven om de basis van den snavel heenbuigt en aldaar die van de andere zijde ontmoet en gedeeltelijk overdekt; in de tweede plaats een bij den vleugelhoek naar voren uitstekende, zwarte, eenigszins gebogen doorn van ongeveer 2 c.M. lengte, die vooral in den paartijd hard en goed ontwikkeld is en vermoedelijk als wapen dienst doet bij het vechten om een wijfje.

Kop en buik zijn blauwzwart, borst grijs, rug grijsbruin, uiteinden van vleugels en staart zwart. Bijzonder fraai zijn de heldergele, op de schenen in donker oranje overgaande pooten.

Sluiten