Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overeenkomst vertoont met den, in Holland welbekenden Dodaars, Podiceps minor, Lath.

Evenals bij alle soorten van het geslacht Podiceps zijn de teenen niet onderling door een zwemvlies verbonden, maar elke teen is op zich zelf door een breed zwemvlies omzoomd. Een eigenlijke staart ontbreekt; in de plaats daarvan treden een aantal harige donsveeren.

Kop en nek zijn zwartachtig. Achter het oog een lange, naar achteren breeder wordende, donkei bruine vlek. Washuid fraai geel. De krop is grijs, borst en buik rosachtig wit. Bovendeelen en vleugels donkergrauw; over den vleugel een witte streep. Alle veeren van den romp eindigen harig.

Dit Duikertje, waarvoor Horsfield den javaanschen naam titihan opgeeft, is hier standvogel en broedt in de kustmoerassen langs het noorden van Java. Zijn voedsel is van gemengden aard.

b. Familie der Eendachtigen (Anseridae).

Deze familie omvat de Zwanen, de Ganzen en de Eenden. Beide eerstgenoemde vormen komen op Java niet in het wild voor, maar de Ganzen worden algemeen geteeld, zij kunnen hier echter buiten verdere beschouwing blijven.

Ditzelfde geldt van de geteelde eenden, met name de Manillaeenden en de cultuurvarieteiten van Anas boscas, L., de gewone Europeesche Wilde Eend.

In het wild komen op Java de volgende soorten van eenden voor:

Asarcornis scutulata, S. Muell., een zeer schuwe soort, die zich nabij de plassen en rivieren in laaggelegen bosschen ophoudt, maar waarvan overigens nog zeer weinig bekend is.

Nettopus coromandelianus, Gm., een zeer kleine soort met een lichaamslengte van 32 — 34 c.M., die onder den naam meliwies batoe bekend staat.

Behalve door haar geringe afmetingen is zij gekenmerkt door de korte pooten en den zeer korten bek. De mannetjes onderscheiden zich van de wijfjes door het bezit van een halvemaanvormigen, blauwzwarten dwarsband over de, bij beiden, witte

Sluiten