Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit wel het geval is met elke overtreding der natuurlijke zedenwet. Bij het onderhouden der natuurlijke zedenwet, die de wet Gods is, maar toch ook onafscheidelijk met de menschelijke waardigheid samenhangt, volbrengt de mensch niet alleen den wil Gods, maar volgt hij ook de uitspraak van eigen rede, eerbiedigt hij eigen waardigheid. Hier integendeel staat hij voor een gebod, waarin hij niets anders ziet dan den vrijen wil Gods. Het eten van die vrucht is op zich zelf niet in strijd met de redelijke natuur en de waardigheid van den mensch, en de eenige reden van gehoorzaamheid is deze: „God wil het".

Dit gebod was derhalve uitermate geschikt, om de gehoorzaamheid van den mensch te beproeven, en hem in de gelegenheid te stellen, zijn volkomen onderwerping door daden te betuigen en daardoor den eersten van alle plichten te vervullen.

Hoewel de zaak op zich zelve klein was, moet toch het gebod als zeer gewichtig beschouwd worden, en wel om het verheven doel, waartoe het werd uitgevaardigd, n.1. om den mensch in de gelegenheid te stellen, zijn onderwerping en trouw aan God, zijn Heer en Meester, zijn liefdevollen Vader te betuigen. Vandaar ook de bedreiging: „Ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij den dood sterven".

Een drievoudige dood wordt door de strafbedreiging beteekend: 1°. de tijdelijke dood door de scheiding van ziel en lichaam, 2°. de geestelijke dood door de scheiding der ziel van God, 3°. de eeuwige dood door de eeuwige verwerping, waardoor de scheiding van het oneindig goed voor eeuwig voltrokken en als de zwaarste van alle straffen gevoeld wordt.

Kleine dingen kunnen groot zijn om hun beteekenis. In het betalen van een kleinen cijnspenning ligt erkenning van hooge rechten. Eveneens was de boom een teeken van Gods onbeperkte heerschappij over zijn schepsel. Tegen die heerschappij kwamen onze eerste ouders in opstand.

De Katechismus zegt: 1°. De duivel in de gedaante eener slang heeft Eva tot de zonde verleid.

„De slang was listiger dan alle dieren der aarde, welke de Heere God had gemaakt; en zij zeide tot de vrouw: Waarom heeft God u geboden, niet te eten van eiken boom in het

Sluiten