Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gingen, boven de natuur van den mensch liggen. Het gemis dier gaven bewijst derhalve niet, dat er iets met den mensch gebeurd is, waardoor die gaven aan de natuur ontnomen zijn.

Het natuurlijk verstand kan evenwel eenigszins vermoeden, dat God in den beginne den mensch niet zoo gemaakt heeft, gelijk deze zich vertoont in de geschiedenis. En inderdaad, als wij den mensch beschouwen met zijn onsterfelijke ziel en geestelijke vermogens, dan begrijpen wij, dat de schoonste orde en evenredigheid in den mensch heerschen zou, als zijn lichaam in de onsterfelijkheid der ziel mocht deelen, als de lagere vermogens gedwee aan de koninklijke vermogens van verstand en wil gehoorzaamden. Dan immers was er geen pijnlijke scheiding van ziel en lichaam, waarvoor de natuur terugschrikt; dan was er vrede en vriendschap tusschen alle menschelijke vermogens. En al moet het verstand erkennen, dat de redelijke natuur genoemde voorrechten niet als een eigendom der natuur mag opeischen, het weet toch van den anderen kant, dat God zoo oneindig goed is en dat Hij al deze voorrechten even goed aan den mensch schenken als weigeren kan.

Bij de beschouwing van de ontelbare ellenden, waaronder de mensch zucht, van de duisternissen, die zijn geest ook op godsdienstig en zedelijk gebied omnevelen, van de dierlijke hartstochten, die hem voortzweepen op den weg der zonde en* des verderfs, van de ontelbare misdaden, die elke bladzijde der geschiedenis met bloed bevlekken, van de naakte armoede, waarin een groot gedeelte der menschheid een leven zonder uitzicht op lotsverbetering moet voortsleepen, van het leger van ziekten en lichaamskwalen, dat den mensch altijd op de hielen zit, hem inhaalt, hem afbeult en foltert, totdat de verschrikkelijke dood de ziel uit het lichaam jaagt, de beschouwing van al die ellendigheden kan de vraag op de lippen leggen:

Zou God, die toch zoo oneindig goed is, den mensch wel zóó gemaakt hebben, gelijk hij nu werkelijk is?

Draagt wellicht de mensch niet de straf van een zonde, reeds door den vader der menschheid bedreven *)?

*) Zie c. Gentiles, lib. 4, cap. 52.

Sluiten