Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aldaar gewrocht, zijn een schitterende bevestiging van het katholiek geloof in de Onbevlekte Ontvangenis.

Hoe moeten wij dit b ij zonder voorrecht van Maria verklaren?

Als kind van Adam moest Maria, gelijk alle anderen, met de erfzonde bevlekt worden, indien God haar tegen die vlek niet door een bijzonder voorrecht vrijwaarde. Ook in haar geslacht was met het natuurlijk leven de zonde voortgeplant, en haar vader, de H. Joachim, moest, even gelijk alle anderen, met David verzuchten: „Zie, in ongerechtigheden ben ik ontvangen". Het geloof nu leert ons, dat God dit bijzonder voorrecht aan Maria geschonken heeft ter wille van de verdiensten van Jezus Christus. Hieruit volgt, dat Maria even goed als andere menschen door Christus verlost is 1). Die verlossing evenwel was een geheel bijzondere, een meer verhevene; zij was een verlossing, die niet, gelijk bij alle anderen, de zonde wegnam, maar verhoedde, dat de zonde de ziel van Maria bevlekte. Toen de ziel van Maria door God geschapen en met het lichaam vereenigd werd, was zij niet beroofd van de heiligmakende genade en daarom ook niet in een zondigen toestand, maar integendeel, om wille van de verdiensten van Jezus Christus, vol van genade, heilig, welgevallig in het oog van God.

De Onbevlekte Ontvangenis werd door God aan de Apostelen geopenbaard, en te allen tijde door de Kerk stilzwijgend beleden door haar geloof aan Maria's hooge waardigheid, volmaakte zuiverheid, uitstekende heiligheid, volkomen zegepraal over den duivel. Nochtans werd deze geopenbaarde waarheid van den beginne af niet door alle geloovigen uitdrukkelijk gekend en beleden; er waren zelfs velen, die deze waarheid bestreden, omdat zij meenden, dat dit voorrecht van Maria moeilijk was overeen te brengen met de geloofsleer over de algemeenheid der erfzonde, en de noodzakelijkheid der verlossing voor allen.

') Ongerijmd is derhalve de bewering der Protestanten, dat, volgens de Katholieken, „Maria niet langer staat in de rei der verlosten door Christus". (Zaalberg Feestrede te 's-Gravenhage, 31 Oct. 1855).

Sluiten