Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jeruzalem, den verheven troon Gods, de arke der heiliging, het huis, dat zich de eeuwige Wijsheid bouwde, de koningin, die, overvloeiend van geneugten en rustend op haar Beminde, uit den mond des Allerhoogsten te voorschijn trad, geheel volmaakt, schoon, Gode welgevallig, en nooit door eenige vlek der zonde besmeurd. Ook in den groet des engels zagen de H. Vaders Maria's Onbevlekte Ontvangenis; en in dat verheven voorrecht zagen zij de reden, waarom Elisabeth, op ingeving van den H. Geest, tot haar sprak: „Gij zijt de gezegende onder de vrouwen"! Het was ook het eenparig gevoelen der H. Vaders, dat de glorievolle Maagd Maria heeft uitgemunt door zulk een rijkdom van hemelsche gaven, zulk een volheid van genade, zulk een reine onschuld, dat zij een wonder boven alle wonderen is, en waardig bevonden werd Moeder Gods te worden. Om haar oorspronkelijke onschuld in het licht te stellen, vergelijken zij Haar met de nog maagdelijke, onschuldige Eva. Daarom ook noemen zij Haar de lelie onder de doornen, de vlekkelooze aarde, waaruit de nieuwe Adam gevormd is, het paradijs der onschuld, door God zeiven geplant en tegen alle lagen der giftige slang verdedigd. Zij leeren, dat er bij de H. Maagd Maria nooit sprake van zonde kan zijn, wijl Haar een grooter overvloed van genade geschonken werd, om een volledige overwinning over de zonde te vieren. Zij verheffen Haar om heur schoonheid, heerlijkheid en heiligheid boven de Cherubijnen en Serafijnen; zij getuigen, dat de taal van engelen en van menschen niet bij machte is, naar waarde haar lof te verkondigen. (Ex Bulla Ineffabilis).

3°. Maria's verheven voorrecht blijkt uit de viering van den feestdag der Onbevlekte Ontvangenis.

De Kerk immers viert geen feest dan van hetgeen heilig is. De Ontvangenis van Maria kon derhalve nooit of nimmer het voorwerp van een kerkelijke feestviering worden, als zij niet onbevlekt of heilig was J).

l) Reeds in de vijfde eeuw w rd deze feestdag gevierd in het Oosten, en langzamerhand werd hij overal ingevoerd. Niet alleen het volk, niet alleen bijzondere kerken vierden het feest, maar ook de Pausen namen den feestdag onder hun bescherming. Sixtus IV nam het feest op in het

Sluiten