Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zie Mt. XXVII, 35. — Hij zal doorstoken worden. Zachar. XII, 10. Zie Jo. XIX, 34, 37; en zijn beenen zullen niet verbrijzeld worden. Exod. XII, 46. Zie Jo. XIX, 36. — Zijn graf zal heerlijk zijn. Is. LUI, 9. Zie Mt. XXVII, 57—61. — Zijn lichaam zal niet tot ontbinding overgaan, maar verrijzen.

Ps. XV, 10, Osee, XIII, 14. Zie Mt. XXVIII.

4°. Wat hebben de Profeten voorspeld omtrent het ambt van den toekomstigen Verlosser?

De Verlosser zal profeet, priester en koning zijn.

a. De Verlosser zal zijn de profeet bij uitnemendheid, die niet alleen de toekomst voorspellen, maar ook het volk de wegen des Heeren leeren zal. Mozes sprak tot het joodsche volk: „Een profeet uit uw volk en uit uw broeders, zooals ik ben, zal de Heer uw God u verwekken; naar hem zult gij hooren". Deuter. XVIII, 15. Deze voorspelling slaat op den Verlosser, want „er is nooit meer een profeet in Israël opgestaan gelijk Mozes". Deuter XXXIV, 10. Dit was ook de overtuiging der Joden, ten tijde van Christus, en vandaar hun vraag aan Joannes den Dooper: „Zijt gij de profeet"? Jo. I, 21. (Act. III, 22. VII, 37). Vandaar ook de juichtoon der menigte, na de vermenigvuldiging der brooden: „Deze is waarlijk de profeet, die in de wereld komen moet"! Jo. VI, 14. Door zijn leer en zijn voorzeggingen heeft Christus bewezen, dat hij de profeet was.

b. De Verlosser zal priester zijn. „Gezworen heeft de Heer en het zal hem niet berouwen: Gij zijt priester in eeuwigheid naar de wijze van Melchisedech". Ps. CIX, 4. Hij zal de priester zijn, die gewond werd om onze ongerechtigheden, verbrijzeld om onze misdaden.... als een schaap ter slachting geleid.... die zijn ziel (zijn leven) voor de zonde (ten offer) heeft gesteld". Is. LIII, 5. 10. Christus stierf op het kruis voor de zonde der wereld, en stelde het onbloedig offer in, waarbij hij zich onder de gedaante van brood en wijn ten offer brengt, naar de gelijkenis van Melchisedech, die brood en wijn ter offerande aanbracht (Gen. XIV, 18). Over het priesterschap van Christus leze men den brief van Paulus aan de Hebreërs.

Sluiten