Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toekomt aan het eeuwig Woord des Vaders, maar zoo, dat het natuurlijk zoonschap ook moet beleden worden van dezen mensch Christus. De H. Schrift immers noemt Christus, als deze mensch beschouwd, den natuurlijken Zoon Gods. Zoo schrijft b.v. Paulus aan de Romeinen: „Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem voor ons allen heeft overgeleverd". VIII, 32. Hij, die ter dood werd overgeleverd, is de mensch Christus; deze mensch Christus wordt door Paulus de eigen Zoon Gods genoemd. Zie Jo. I, 14; Hebr. I, 5 ss. En in het symbolum belijden wij: „En in Jezus Christus, zijn eenigen Zoon — . die geboren is uit de Maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus enz.".

En inderdaad het eeuwig Woord, de eigen Zoon Gods, heeft door de aanneming der menschelijke natuur in de eenheid van zijn Persoon, haar met zijn goddelijke persoonlijkheid tegelijk het goddelijk zoonschap dezer persoonlijkheid medegedeeld, zoodat de geheele Christus, ook deze mensch Christus, de natuurlijke Zoon Gods is. Dezelfde Zoon Gods, die eeuwig, God zijnde, uit den Vader wordt geboren, wordt ook nu uit den Vader geboren, bekleed met zijn H. Menschheid, waardoor Hij mensch is.

Christus, ook deze mensch Christus, is derhalve niet door aanneming, maar van nature (zie Vr. 89b) de Zoon des eeuwigen Vaders. Christus mag zelfs op geenerlei wijze de aangenomen Zoon van God genoemd worden, want in deze benaming ligt de loochening van het natuurlijk zoonschap. Hij immers, die reeds door zijn geboorte kind is, kan door aanneming geen kind meer worden *).

2°. Jezus Christus, de natuurlijke Zoon Gods, is voor ons mensch geworden; Hij heeft een menschelijke ziel en een menschelijk lichaam aangenomen. De H. Schrift getuigt immers op veel plaatsen, dat God de Zoon mensch werd. „Het Woord (de Zoon Gods) is vleesch geworden. Jo. I, 14. De uitdrukking vleesch beteekent, naar hebreeuwsch spraakgebruik,

) De ketterij van het Ad optici nis ine, dat leerde, dat de zoon van Maria niet meer dan de aangenomen zoon van God was (filius adoptivus), werd veroordeeld door Paus Hadrianus (785) en door de kerkv. van Frankfurt (794). Albers. I, § 72; Denzing-er, N. 299: 309, s.s.; 3, q. 23, a. 4.

Sluiten