Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christus de deugd van boetvaardigheid, die eigen zonden betreurt en verbetert; maar toch heeft de ziel van Christus onbeschrijfelijke droefheid geleden om onze zonden.

d. Christus was niet alleen onzondigbaar, maar ook vrij van de booze begeerlijkheid; want zelfs de onvrijwillige neiging tot de zonde zou in strijd geweest zijn met de oneindige waardigheid zijner goddelijke Persoonlijkheid.

2°. Wetenschap. In Jezus Christus — zegt de Apostel Paulus — „zijn al de schatten der wijsheid en der wetenschap verborgen", Col. II, 3. Al de schatten n. 1., zoowel van ongeschapen als geschapen wetenschap. In Christus woont de ongeschapen of goddelijke wetenschap, die in Hem één en dezelfde is als in den Vader en den H. Geest; maar ook zijn menschelijke ziel werd door God met alle wetenschappen bevoorrecht, zoodat in Christus de wetenschap van God, van de zaligen, van de engelen en van de menschen vereenigd zijn.

a. De ziel van Christus aanschouwde van het eerste oogenblik van haar bestaan de Godheid, en zag in het goddelijk Wezen, als in een lichtenden spiegel, het verledene, het tegenwoordige en de toekomst.

b. De ziel van Christus aanschouwde niet alleen de dingen in God, maar kende deze ook in hun eigen wezen door bovenmenschelijke kenbeelden, haar onmiddellijk door God ingestort. Deze kennis was niet afhankelijk van de zintuigen en hersenbeelden, maar is de kennis der zuivere geesten. Door deze wetenschap, die in Christus de wetenschap der engelen verre overtrof, kende de ziel van Christus, van het eerste oogenblik van haar bestaan, alle natuurlijke dingen, alle vrije handelingen van engelen en menschen, alle geheimen des harten, maar ook alle bovennatuurlijke dingen, als b.v. de geheimen des geloofs. Deze tweevoudige kennis, n.1. de kennis der zaligen en der engelen, was in Christus van den beginne af volmaakt, en derhalve voor geen vermeerdering vatbaar.

c. Christus bezat ook de gewone menschelijke kennis, waarvan de H. Thomas zegt: In dit leven kan het verstand onmogelijk iets metterdaad begrijpen, zonder zich te wenden tot de voorstellingen der verbeelding" '). Die natuurlijke

') 1. q. 84, a. 7.

Sluiten