is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaring van den Katechismus der Nederlandsche bisdommen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de gelijkenis van het offer '). De aard toch of de natuur van het priesterschap toont zich het meest in het offer, dat de groote bediening van het priesterschap is. Melchisedech, de priester van den allerhoogsten God, bracht brood en wijn aan ter offerande en ten offerdisch (Gen. XIV, 18). Ook Christus gebruikte bij het laatste avondmaal brood en wijn, om dit te veranderen in zijn Vleesch en Bloed, en onder de gedaante van brood en wijn heeft Hij dat H. Vleesch en Bloed aan den hemelschen Vader opgedragen. Nog altijd blijft Hij door de bediening zijner priesters dit onbloedig offer opdragen in alle wereldstreken tot het einde der eeuwen. Dit is het H. Misoffer, door den profeet Malachias voorspeld. „Van den opgang der zon tot aan den ondergang is mijn naam groot onder de volkeren, en op alle plaats wordt geofferd en opgedragen aan mijn naam een reine offerande; want groot is mijn naam onder de volkeren, zegt de Heer der heerscharen". Mal. 1, 11.

Toen Jezus Christus op het kruis zijn bloedig offer plengde, waren er maar weinig getrouwen bij tegenwoordig. Bij het kruis stonden slechts zijn moeder, met den welbeminden leerling Joannes, Maria, de vrouw van Kleophas, en Maria Magdalena. Dagelijks vernieuwt Hij, op onbloedige wijze, het kruisoffer op onze altaren; en slechts weinig geloovigen geven zich de moeite — wanneer het gebod der Kerk hen hiertoe niet op doodzonde verplicht — bij het H. Misoffer tegenwoordig te zijn. En toch is het H. Misoffer het middelpunt van onzen H. godsdienst, rond hetwelk alle kerkelijke plechtigheden ter opluistering zich bewegen; het is het meest verheven werk op aarde; het goddelijk offer van aanbidding, dankzegging, verzoening en smeeking; het is de onuitputtelijke bron van alle hemelsche zegeningen. Wij moeten het derhalve een groot geluk rekenen, eiken dag de H. Mis te kunnen bijwonen, en zonder gewichtige reden nooit de H. Mis verzuimen, (Zie Vr. 339). De groote oorzaak, waarom zooveel Katholieken de H. Mis weinig waardeeren en het voor niets rekenen haar te verzuimen, is, naast de koude onverschilligheid, die heden zooveel weleer vurig-katholieke familiën binnensloop, de groote ') Trid. sess. XXII, cap. 1.