Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maagdelijkheid is volgens alle bekende natuurwetten onbestaanbaar met het moederschap, en alleen mogelijk door een voor ons onbegrijpelijk wonder van Gods almacht.

Alle ongeloovigen, die de Godheid van Christus loochenen (ook de Modernisten) ontkennen de maagdelijkheid van Maria. Onder de ketters leerden Helvidius (4e eeuw) en de latere Protestanten, dat Maria na de geboorte van Christus dat heerlijk voorrecht verloren heeft. Volgens hen zijn de broeders en zusters van Christus, van wie meermalen in het Evangelie sprake is, kinderen van Jozef en Maria.

Niemand heeft er ooit aan getwijfeld, dat Maria Maagd was, toen de engel Gabriël haar de blijde boodschap bracht. De H. Lucas zegt het uitdrukkelijk: „De engel Gabriël werd door God gezonden.... tot een maagd,.... en de naam der maagd was Maria". Lc. I, 26,-27.

Maria is maagd gebleven bij de ontvangenis en de geboorte van Christus. Reeds Isaïas had voorspeld, dat de Messias uit een maagd zou ontvangen en geboren worden. Toen de goddelooze koning Achaz aan God geen wonderteeken wilde vragen, zeide de Heer: „Daarom zal de Heer zelf ulieden een teeken geven: Zie de Maagd zal ontvangen en een Zoon baren, en zijn naam zal genoemd worden Emmanuël" VII, 14. De H. Mattheüs getuigt, dat deze Messiaansche profetie in Maria vervuld werd I, 22. Isaïas spreekt niet alleen van de ontvangenis, maar ook van de geboorte van Christus. Ook de engel verklaarde aan Maria, dat de Zoon Gods door de kracht des Allerhoogsten uit haar de menschelijke natuur zou aannemen Lc. I, 35. En toen de maagdelijke H. Jozef door het geheim der menschwording in pijnlijke verlegenheid kwam, verscheen ook aan hem een engel, en sprak: Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want wat in haar is geboren, is van den H. Geest" Mt. I. 20.

Christus is derhalve op bovennatuurlijke wijze door Maria ontvangen; Hij is, volgens de voorspelling van Isaïas ook op bovennatuurlijke wijze uit Maria geboren. „Christus wordt uit zijn Moeder geboren — zegt de Romeinsche Katechismus, zonder vermindering van haar moederlijke maagdelijkheid ; en gelijk Hij later uit het gesloten en verzegeld graf

Sluiten