Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maria is, na de H. Menschheid van onzen Heer Jezus Christus, in het bezit der hoogste zaligheid, die ooit aan een schepsel wordt geschonken. Zij immers overtreft allen in waardigheid, in heiligheid, in verdiensten. „Geen schepsel heeft zoo groote genade gekregen in deze wereld, geen schepsel zoo groote glorie bereikt in den hemel" *). Bij den straalkrans, waarin zij schittert, verbleekt de luister van Cherubijnen en Serafijnen. Maria evenwel is niet alleen gekroond met de hoogste glorie, maar ook met de hoogste macht. God heeft Maria om haar moederlijke waardigheid gekroond tot Koningin van hemel en aarde.

Wanneer de Kerk Maria begroet als de Koningin des hemels, als de Koningin der engelen, als de Koningin van alle heiligen, herhaalt zij slechts, wat de oude Vaders leerden. De H. Ephrem begroet haar als „de Koningin van alle wezens" 2). En de H. Joannes van Damascus leert, „dat de opneming ten hemel Maria in het bezit stelt van de goederen van haar Zoon, opdat zij door alle schepselen zou gehuldigd worden, want de Zoon heeft alle schepselen aan zijn Moeder onderworpen" 3).

/. Het alvermogend middelaarschap.

Als Koningin ontving Maria ook de sleutels der goddelijke genadeschatten, zoodat alle genaden, die aan den mensch worden geschonken, door de handen van Maria gaan. Dit is niet enkel het gevoelen van godvruchtige schrijvers, maar de leer van den grooten kerkleeraar, den H. Alfonsus en ontelbare leeraren, die hem hierin voorafgingen 4).

95. Wie is de H. Jozef?

De H. Jozef is de voedstervader van Christus en de maagdelijke echtgenoot van Maria.

Feestdag van den H. Jozef: 19 Maart.

Jozef was volgens de natuur de zoon van Jacob (Mt. I, 16), maar volgens de joodsche wet de zoon van Heli (Lc. III, 23.).

') Specul. B. M. V. lect. V. 2) De S. Deigen. Lciudib. 3) Hom. II in Dorm. B. V. M. *) Heerlijkheden, 2? Leerrede, 1 p. Hierover wordt later uitvoeriger gesproken bij Vr. 211.

Sluiten