Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebieder van Maria. De man immers is het hoofd der vrouw en deze moet den man gehoorzamen (Eph. V, 22, 23). God zelf dan ook behandelt Jozef als den meester van het goddelijk huisgezin. Jozef ontvangt de opdracht, het goddelijk Kind een naam te geven; aan Jozef wordt bevolen, naar Egypte te vluchten en weder naar zijn land terug te keeren. Zoo verneemt Maria Gods raadsbesluiten door Jozef en is zij hem onderdanig. Maar is nu Jozef de echtgenoot, de heer van Maria, van die verheven Vrouwe, voor wier majesteit de luister der engelen verbleekt, gelijk de sterrenglans voor de morgenzon, dan voorzeker moet de waardigheid van Jozef de grootste na de waardigheid van Maria zijn.

b. Jozef is de voedstervader van Jezus. Het vaderschap van Jozef heeft, gelijk reeds gezegd is, een veel hooger beteekenis dan in den naam van voedstervader ligt opgesloten. Aan dit vaderschap dankt de H. Jozef een nog veel hooger waardigheid dan aan zijn huwelijk met de Moeder Gods Maria. De waardigheid van een persoon immers moet worden afgemeten naar de verwantschap, die hij heeft met God1). Welnu, door zijn maagdelijk huwelijk met de Moeder Gods is de H. Jozef, buiten alle verbinding door de genade, buiten alle betrekking van huiselijke samenleving, buiten alle plichten en rechten van familiehoofd om, in een verbinding of verwantschap getreden met den menschgeworden Zoon Gods, die geheel eenig is. Jozef immers was door God niet bestemd, om het geheim der menschwording vooraf te beelden of te voorspellen, gelijk de Aartsvaders en de Profeten; ook niet, om dit geheim te openbaren, gelijk de H. Joannes de Dooper; evenmin, om de wereld aan de goddelijke vruchten van dit geheim deelachtig te maken, gelijk de Apostelen, maar om de medewerker bij de menschwording van den Zoon Gods te zijn. Gelijk Maria door het eeuwig raadsbesluit der menschwording was voorbeschikt, om de Moeder van Gods Zoon te zijn, zoo was ook de H. Jozef van eeuwigheid voorbeschikt, om, met betrekking tot de menschwording, de maagdelijke echtgenoot van Maria te zijn. Zoo heeft Jozef, na de

*) Ex affinitate, quam habet ad Deam. 2. 2. q. 103, a. 4, ad 3.

Sluiten