Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heiligheid door zijn innigen omgang met Maria, veel meer nog door zijn innig verkeer met Jezus Christus, de Bron van alle heiligheid. „Daarom moeten wij niet twijfelen — zegt de H. Alfonsus — dat Jozef, zoolang hij leefde met Jezus Christus, zoozeer aangroeide in verdiensten en heiligheid, dat hij de verdiensten van alle andere heiligen heeft overtroffen" x).

De heerlijkheid en de macht van den H. Jozef.

Is Jozef na Maria de hoogste in waardigheid en in heiligheid, dan is hij ook in den hemel na Maria de hoogste in glorie 2), de hoogste in macht bij God. De Vader kan niets weigeren aan Jozef, dien Hij boven alle engelen en heiligen in waardigheid verhief, dien Hij zelfs deelachtig maakte aan zijn eigen vaderschap, dien Hij aanstelde tot menschelijke voorzienigheid van zijn menschgeworden Zoon, uit vrije keuze hulpbehoevend kind geworden. De Vader kan niets weigeren aan Jozef, die zijn verheven bediening zoo trouw ten einde toe vervuld heeft. En zou Jezus het gebed verstooten van Jozef, die Hem, ten koste van veel arbeid, opofferingen en lijden verzorgd heeft, Hem aan de gevaren ontrukte, voor Hem en Maria alleen leefde? Jezus, die alle kinderen geleerd heeft, hun ouders met dankbare liefde te bejegenen, kan zeker zelf die dankbare liefde niet vergeten. „Het is boven allen twijfel — zegt de H. Bernardinus van Siëna — dat Christus de vertrouwelijkheid, den eerbied en de verheven waardigheid, waarmede Hij, als een zoon zijn vader, Jozef op aarde vereerde, aan dezen in den hemel niet ontnomen, maar integendeel nog vermeerderd en voltooid heeft" 3).

Bij Jezus is het smeekgebed van Jozef een vaderlijk bevel, dat nooit onvolbracht blijft. En wat zal hij niet vermogen bij Maria? Is hij niet haar beste vriend, haar kuische bruidegom, haar meester, haar grootste weldoener? Daarom schreef Pius IX: „Nu de H. Jozef met zoo groote heerlijkheid gekroond

') Leerrede op den feestdag. Zie 7" Overweging; Suarez, D. 8, S. 2; H. Franc. v. Sales, Entretiens, XIX; C. Mariani, De Cultu S. Joseph, II P. 2) Veel geleerden achten het waarschijnlijk, dat ook het lichaam van den H. Jozef ten hemel is opgenomen. Suarez, D. 8, S. 2. 3) Sermo I de S. Joseph.

Sluiten