Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H. Jozef in kracht en omvang. Wat de vurige vereerder van den H. Jozef, de Dominicaan Isidorus de Insulanis, in het begin der zestiende eeuw voorspelde, is in vervulling gegaan. In het jaar 1522 liet hij zijn Summa over den H. Jozef te Pavia in druk verschijnen en wijdde dit werk toe aan den Nederlandschen Paus Hadrianus VIa). Hij schreef: „Het triomfgeschal des konings is bij hem. Num. XXIII, 21. Deze woorden beteekenen den juichtoon, die in de strijdende Kerk zal weerklinken, zoodra de volkeren ten volle Jozefs

heiligheid zullen erkennen De Heer heeft, ter eere van

zijn Naam, den H. Jozef gesteld tot hoofd en bijzonderen patroon der strijdende Kerk. Vóór den oordeelsdag zullen alle volkeren kennen, eerbiedigen en vereeren de groote voorrechten, die God aan Jozef schonk, maar lange eeuwen verborgen hield.... De volkeren zullen hem ter eere tempels

bouwen, feesten vieren In de kalendariën der heiligen zal

de naam van Jozef op de eereplaats genoemd worden, want zijn feest zal als een feest van hoogen rang gevierd worden. De plaatsvervanger van Christus op aarde zal, op ingeving van den H. Geest, gelasten, dat het feest van den voedstervader van Christus en den bruidegom der Koningin der wereld in alle plaatsen der strijdende Kerk moet gevierd worden".

Kerken werden ter eere van den H. Jozef Gode toegewijd; in alle kerken, in alle huizen staat naast de beelden van Jezus en Maria ook het beeld van den H. Jozef; op den 19" Maart wordt zijn feest gevierd, de maand Maart en de Woensdagen worden hem toegewijd; zijn zeven vreugden en zeven smarten worden herdacht; zijn naam wordt met de namen van Jezus en Maria in alle harten bewaard en door alle monden in een en dezelfde bede uitgesproken; geestelijke orden, godsdienstige gestichten en vereenigingen kozen hem tot beschermer. En „de roomsche Pausen — zegt Pius IX — bleven nooit in gebreke, zoo dikwijls een gunstige gelegenheid zich voordeed, den H. Jozef immer nieuwe en grootere betuigingen van openbare hulde toe te kennen, om in de harten der geloovigen de godsvrucht en den eerbied tot den H. Aartsvader te vermeerderen en aan te vuren, en hen aan

*) Joseph Seitz, S. 272.

Sluiten