Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was daar bij den engel een menigte van het hemelsch heir, God lovende en zeggende: Eere in de hoogste (hemelen) aan God, en op aarde vrede aan de menschen van goeden wil". Lc. n, 8—14.

Het loflied zweeg, engelen en licht verdwenen, het was weer nacht. Toen spraken de herders: „Laat ons doorgaan tot Bethlehem, en deze zaak zien, die geschied is, welke de Heer ons heeft bekend gemaakt". Lc. II, 15. Zij spoedden zich voort, kwamen in de grot en vonden Maria en Jozef, en het Kindeke, liggende in de kribbe. Zij geloofden, zij aanbaden, zij beminden. Opgetogen van heilige vreugde keerden zij terug en verhaalden aan bloedverwanten en vrienden, wat zij gehoord en gezien hadden.

In den blijden Kerstnacht zongen de engelen: „Eere in de hoogste (hemelen) aan God, en op aarde vrede aan de menschen van goeden wil'. Zij loven God, die, in zijn oneindige liefde, zijn eenigen Zoon tot Verlosser der wereld gezonden heeft; zij bezingen het onwaardeerbaar geluk, dat den menschen door dien Verlosser geschonken wordt. De mensch verheerlijkte zijn Schepper niet, maar sinds het oogenblik der menschwording stijgt er een verheerlijking Gods van oneindige waarde van deze aarde ten hemel. Er was geen vrede op aarde. De mensch was in vijandschap met God, dien hij afvallig werd, om de duivelen te aanbidden; de mensch had geen vrede in zich zeiven, want alle hartstochten waren in zijn hart ontketend; de mensch had geen vrede met zijn evenmensch, want rechtvaardigheid en liefde waren onbekende deugden, alom gold het recht van den sterkste en het ruw geweld. Bij de geboorte des Zaligmakers daalt de vrede op aarde neder, want Hij is de langverwachte Vorst des Vredes (Is. IX, 6), in wiens dagen gerechtigheid zal bloeien en overvloedige vrede (Ps. LXXI, 7). Overvloedige vrede met God door de heiligmakende genade, overvloedige vrede in den mensch zeiven door de versterving der hartstochten en het getuigenis van een gerust geweten, overvloedige vrede met den evenmensch door de rechtvaardigheid, die eenieder het zijne geeft, en de liefde, die zelfs het hare wegschenkt en allen in één broederband vereenigt.

Sluiten