Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jeruzalem, waarheen alle volkeren der aarde zullen samenstroomen. Niet langer zal het Jeruzalem der Joden met Jehova's tempel de bevoorrechte stad zijn, maar een nieuw Jeruzalem zal verrijzen, bestraald door de heerlijkheid des Heeren. En volken en koningen zullen optrekken naar het van licht glanzend Sion. Als lichte wolken komen zij aangevlogen en als duiven naar haar tillen. Hun zilver en hun goud voeren zij met zich voor den naam des Heeren (Is. LX). Met de Wijzen uit het Oosten offeren zij goud, wierook en mirre. Ook wij, wij werden als burgers in de nieuwe Stad Gods opgenomen, wij werden door God uitverkoren, om als levende steenen te worden gebouwd op de grondvesten der Profeten en der Apostelen, op den hoeksteen Jezus Christus.

Uit dankbaarheid voor de onverdiende gave des geloofs moeten wij vurig bidden voor de bekeering der heidenen en naar vermogen bijdragen aan de collecte, die, op bevel van den Paus, op dezen dag over geheel de wereld gehouden wordt voor de missiën van Afrika.

Evenals in de dagen der Wijzen zijn er nu ook Herodessen, die den Christus willen dooden, maar Christus is nu onlijdelijk en onsterfelijk. Christus sterft niet meer in zijn natuurlijk lichaam, dat aan de rechterhand Gods is verheerlijkt, en in de diepste verborgenheid van het hoogwaardig Sacrament ontrefbaar is; Christus sterft ook niet in zijn geheimzinnig lichaam, de R. K. Kerk, aan wie Hij zijn onsterfelijkheid heeft medegedeeld.

Evenals in de dagen der Wijzen heerscht ook nu de koude onverschilligheid der Joden. Christus woont in het midden der menschen in het H. Altaargeheim, en de menschen doen juist gelijk de priesters en burgers van Jeruzalem; zij laten Jezus in de eenzaamheid.

Tegenover dien haat en die onverschilligheid moeten wij de heilige geestdrift der Wijzen betoonen. Wij moeten aan Jezus offeren den wierook des gebeds. Wij moeten Hem aanbidden als onzen God, Hem vooral in het H. Sacrament als onzen God erkennen. Wij moeten aan Jezus offeren het goud onzer liefde, niet alleen door woorden, maar vooral door werken; door het vluchten der zonde; door den ijver voor de zaligheid van onzen evenmensch; door de

Sluiten