Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het midden der leeraars, hen hoorende en hen ondervragende. En allen, die Hem hoorden, waren verbaasd over zijn verstand en zijn antwoorden.

En toen zij Hem zagen, stonden zij verwonderd. En zijn moeder zeide tot Hem: Kind! waarom deedt Ge ons alzoo? Zie, uw vader en ik zochten U met smarte. En Hij zeide tot hen: Waarom zocht gij Mij? Wist gij niet, dat Ik in de dingen mijns Vaders moest wezen? En zij begrepen het woord niet, dat Hij tot hen sprak. En Hij ging met hen af, en kwam in Nazareth, en Hij was hun onderdanig. En zijn moeder bewaarde al deze dingen in haar hart". II, 41—51.

Jezus bleef met opzet buiten weten van Maria en Jozef te Jeruzalem, en zij merkten het niet, maar meenden, dat Hij zich bij bloedverwanten of bekenden van dezelfde karavaan had aangesloten. Dit moet ons niet verwonderen, want Jezus was reeds twaalf jaren oud en had derhalve een leeftijd bereikt, die onder vroeger-ontwikkelde oosterlingen niet de kinderlijke, maar de jongelingsleeftijd is. Terecht konden zij derhalve meenen, dat Jezus, die geen kind meer was, zich bevond in het gezelschap hunner bloedverwanten of vrienden. De volmaakte deugd van Maria en Jozef, hun vurige liefde tot Jezus getuigen, dat er van zorgeloosheid geen sprake kan zijn. Ook de Evangelist geeft dit te kennen met de woorden: „doch vermoedende, dat Hij onder het gezelschap was".

Toen zij nu één dagreize waren voortgetrokken en des avonds op de rustplaats aankwamen, zochten zij Jezus onder hun bloedverwanten en bekenden, maar vonden Hem niet. Met klimmenden angst en droefheid in het harte, keeren zij den volgenden dag naar Jeruzalem terug en zoeken en vragen onderweg overal naar hun verloren Kind. Maar niemand heeft iets van Jezus gezien of vernomen. Zoo kwamen zij in den avond weer te Jeruzalem. Zoodra de derde dag is aangebroken, doorzoeken zij alle straten en pleinen der stad, vragen allen voorbijgangers, maar 't is alles tevergeefs. Eindelijk gaan zij den tempel binnen, en daar vinden ze in een der nevengebouwen Jezus, als leerling neergezeten aan de voeten der Joodsche leeraren. Jezus luisterde naar hun leer, en als was Hij hun leerling, stelde Hij hun zijn vragen

Sluiten