Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonderdadige voortbrenging van brood aan te sporen: „Indien gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze steenen brood worden1. Had nu de Zaligmaker het wonder gewrocht, dan had de duivel zijn doel bereikt, en wist hij met zekerheid, dat deze de Zoon Gods was, want een wonder is het onfeilbaar zegelmerk der waarheid. Jezus geeft den duivel een ontwijkend antwoord: „Er staat geschreven: De mensch leeft niet van brood alleen, maar van alle woord, dat uitgaat van Gods mond" ]). De zin dezer woorden is: Wat spoort gij mij aan deze steenen in brood te veranderen; de mensch immers heeft juist geen brood noodig, om te leven, want God kan met een enkel woord een nieuwe spijs scheppen, gelijk Hij eertijds deed voor de Israëlieten in de woestijn (Exod. XVI, 15). Het antwoord van Christus liet den duivel in dezelfde onzekerheid.

Nu nam de duivel Hem op en plaatste Hem op de hooge tinne van Jeruzalems tempel 2) en zeide: „Indien gij Gods Zoon zijt, werp u dan naar beneden; want er staat geschreven: Hij heeft zijn engelen aangaande U bevolen, en op de handen zullen zij U nemen, opdat Gij uw voet soms tegen een steen niet stooten mocht" 3). Wierp Christus zich naar beneden en bekwam Hij geen letsel, dan zou dit wonderwerk een bewijs zijner Godheid zijn geweest. De Zaligmaker antwoordt: „Daar staat ook geschreven: Gij zult den Heer uw God niet beproeven". Deut. VI, 16. Zich vermetel in gevaar stellen, en daarbij op een wonder Gods rekenen, heet God beproeven.

Nu de duivel zich ten tweede male teleurgesteld ziet, waagt hij geen derde list, maar werpt het masker af, voert den Zaligmaker naar een hoogen berg en vraagt van Hem aanbidding. Wellicht koesterde hij nog de hoop, dat Christus,

:) De schriftuurplaats, door den Zaligmaker gebezigd, is Deut. VIII, 3. 2) Zoo vervoerde eertijds een engel den profeet Habakuk in een oogenblik uit Judea naar Babyion {Dan. XIV, 35). Alwie bedenkt, dat Christus zich door satans trawanten liet kruisigen, zal niet verwonderd staan, dat Hij deze vervoering heeft toegelaten. 3) Deze woorden zijn uit Ps. IXC. De satan verdraait den zin dezer schriftuurplaats, en vindt navolgers onder de ketters, die met hetzelfde middel de Kerk bestrijden. De duivel gebruikte deze woorden, die verstaan moeten worden van vertrouwen op God, als waren zij toepasselijk op vermetele daden.

Sluiten