Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

104a. Welk getuigenis heeft de Hemeïsche Vader van Chi-istus gegeven?

De Hemeïsche Vader heeft van Christus getuigd: „Deze is mijn beminde Zoon, in wien Ik mijn welbehagen heb". (Zie bl. 64.)

1046. Wat getuigde Christus van zich zeiven?

Christus getuigde van zich zeiven, dat Hij de Zoon van God is, en waarachtig God, evenals de Vader.

Van het eerste oogenblik van zijn menschelijk bestaan af had Christus, ook als mensch, het volle bewustzijn van de vereeniging zijner H. Menschheid met de Godheid, en van zijn messiaansche waardigheid J). Daarom bood Hij, reeds bij zijn intrede in de wereld, zijn lichaam den hemelschen Vader als slachtoffer aan (Hebr. X, 5—7).

Ook het antwoord, dat de twaalfjarige Jezus aan Maria en Jozef in den tempel gaf, doelt duidelijk op zijn messiaansche waardigheid en zijn Godheid: „Wist gij niet, dat Ik in de dingen mijns Vaders moest wezen"? Lc. II, 29.

Nochtans wilde Christus die waarheid niet openbaren, voordat de. geschikte tijd daartoe gekomen was. Hij leefde in verborgenheid en vergetelheid als een gewoon werkmanskind. En ook, toen Hij zijn openbaar leven begon, noemde Hij zich niet aanstonds den beloofden Messias, maar den Zoon des menschen, onder welke benaming nochtans Daniël (VII, 13) den Messias of Christus voorspeld had. Jezus moest rekening houden met de volksvooroordeelen omtrent den Messias en het godsrijk 2). De Joden, die zoo noode het juk van den Romeinschen overheerscher droegen, droomden in hun nationalen trots van een aardschen Messiaskoning, die het volk van den vreemdeling verlossen en voor Israël de wereldheerschappij veroveren zou. Een ontijdige openbaring van Christus' messiasschap zou het volk in opstand hebben gebracht tegen de Romeinen. Het voorval, dat na de eerste vermenigvuldiging der brooden plaats had, is er een bewijs van. „Toen die menschen dan het teeken gezien hadden,

') Lamentabili, N. 35. 2) Zie Lepin, Jésus Messie et Fils de Dieu4, p. 97. (Paris, Letouzey et Ané),

Sluiten