Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en lijdende Messias werd aangeduid, in het helderst licht doorstralen.

Daniël zag den Zoon des menschen komen op de wolken des hemels, omkleed met eeuwige macht, en alle volken, stammen en talen Hem dienen (VIII, 13—14). Op de vervulling dezer profetie doelde de Zaligmaker, toen Hij in de lijdensweek zijn Apostelen het einde der wereld voorspelde: „Dan zal het teeken van den Zoon des menschen aan den hemel verschijnen en zij zullen den Zoon des menschen zien komen op de wolken des hemels met groote kracht en heerlijkheid Mt. XXIV, 30. En toen de hoogepriester Hem bezwoer bij den levenden God, te zeggen, of Hij de Christus (Messias) was, luidde zijn afdoend antwoord: „Gij hebt het gezegd: Maar ik zeg u: Van nu af zult gij den Zoon des menschen zien, gezeten ter rechterzijde van de kracht Gods, en komende op de wolken des hemels". Mt. XXVI, 63, 64.

Jezus heeft derhalve zoo duidelijk mogelijk getuigd, dat Hij de Messias of de Christus is ').

II. Christus getuigde van zich zeiven, dat Hij de Zoon van God is, en waarachtig God, evenals de Vader (zie Vr. 1046).

Wilde Jezus zijn messiaansche waardigheid niet openbaren, voordat de geschikte tijd daartoe gekomen was, hetzelfde dient gezegd van de openbaring zijner Godheid, zijner eenwezenheid met den Vader. Alleen een langzame, steeds voortschrijdende openbaring dezer verheven waarheid, die door den Geest der waarheid op het eerste Pinksterfeest zou voltooid worden, was in overeenstemming met het verlossingsplan 2). Wij zullen nu zien, hoe Christus zich zeiven als den Zoon Gods, waarachtig God evenals de Vader, geopenbaard heeft.

Het getuigenis van Christus aangaande zijn Godheid blijkt niet alleen uit het evangelie van Joannes, maar ook uit de eerste drie evangeliën.

a. Wanneer wij Mt., Mc. en Lc. volgen in hun beschrijving van het openbaar leven van Christus, dan ontmoeten

) Terecht werd dan ook in het decreet JLamentabili de goddelooze stelling (28) van Loisy veroordeeld: „Gedurende zijn bediening leeraarde Jezus niet, om te leeren, dat Hij de Messias was, en ook zijn wonderen hadden niet de strekking- dit te bewijzen". 2) Lepin, p. 364.

Sluiten