Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. Onder de werken, door Christus verricht, zijn er vele, die klaarblijkelijk alle krachten der zichtbare natuur overtreffen. Zulke werken zijn op de eerste plaats het opwekken van dooden *), maar ook het uitdrijven van duivelen, het bedaren van stormen, het vermenigvuldigen van brooden enz. Elke poging, om deze feiten door onbekende natuurwerkingen of op andere wijze te verklaren, is een even hopelooze als bespottelijke arbeid 2).

b. Sommige wonderwerken van Christus liggen niet zoo klaarblijkelijk boven alle krachten der zichtbare natuur. Dit is b.v. het geval met de genezingen. Veel ongeloovigen zullen „niet kortweg als misleiding van de hand wijzen, dat lammen wandelden, blinden zagen, dooven hoorden" 3), maar zij trachten die feiten op natuurlijke wijze te verklaren en van hun wonderdadig karakter te ontdoen.

In onze dagen vooral trachten de ongeloovigen de genezingen, door Christus verricht, op één lijn te stellen met de genezingen, welke door het hypnotisme worden verkregen. Nochtans ligt er tusschen beide een zoo diepgaand verschil, dat zij in niets op elkander gelijken.

1°. Het hypnotisme kan geen organisme herscheppen; het geeft b.v. geen vernielde gezichts- of gehoorzenuwen terug, maar ziet zijn werking beperkt tot zenuwziekten en aanverwante kwalen. Christus genas alle soort van zieken: Hij genas een melaatsche (Mt. VIII, 3), en eenmaal tien melaatschen tegelijk, (Z.c. XVII, 12—14); Hij gaf het gezicht aan twee blinden op den weg van Jericho, (Mt. XX, 29—34); aan den blindgeboren bedelaar (Jo. IX, 1—14); Hij genas een doofstomme, (Mt. VII,

') De ongeloovigen werpen hier op, dat het uiterst moeilijk is een schijndoode van een werkelijken doode te onderscheiden. Maar dit was toch zeker niet het geval met Lazarus, wiens lichaam reeds in ontbinding was. En dan komt de vraag nog: Hoe wist Christus alleen, dat het dochtertje van Jaïrus, de jongeling van Naim en Lazarus, die al hun bloedverwanten en kennissen als werkelijk dood beschouwden, slechts schijndooden waren? Hij had zelfs het dochtertje van Jaïrus en Lazarus niet gezien. Den dood en de opwekking van Lazarus had Hij zelfs voorspeld. G. van Noort, De Religione Christiana, N. 93. 2) De potsierlijke verklaringen der ongeloovigen vindt men bij G. van Noort, p. 132, '). 3) Harnack, Wesen des Christentums, '2'-' lezing.

Sluiten