Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32—37); een waterzuchtige, (Lc. XIV, 4), een vrouw, die aan bloedvloeiing leed, (Mt. IX, 22), een dorre hand, (Mt. XII, 13), het afgehouwen oor van Malchus, (Lc. XXII, 51).

2°. De genezingen van zenuwkwalen door het hypnotisme werken uiterst langzaam, zijn zelden volkomen, zelden duurzaam, gaan veelal gepaard met slechte gevolgen, vermogen niets tegenover de grondkwaal van het zenuwleven. De genezingen, door Christus verricht, waren plotseling, volkomen, duurzaam, zonder eenig nadeel.

3°. Het hypnotisme brengt de zieken in zenuwslaap, waarin verstand en wil de speelbal worden eener overspannen verbeelding, waaraan het dwangbevel van den geneesheer wordt opgedrongen. Christus bracht zijn zieken niet in zenuwoverspanning, maar liet hen in gewonen, natuurlijken toestand. Hij genas niet alleen aanwezige maar ook afwezige zieken, zooals de dochter der Kananeesche vrouw, (Mc. VII, 24—30), den zoon van den heidenschen hoofdman (Jo. IV, 46—54).

4°. Het geloof van het hypnotisme en het geloof, door Christus van zijn zieken gevorderd, hebben geen verwantschap met elkander. Het geloof van den gehypnotiseerde is niets anders dan de verslaving van een bewustelooze aan het commando van den hypnotiseur. Het geloof integendeel, dat bij Christus wonderdadige genezingen verwierf, was een redelijk en bovennatuurlijk vertrouwen op Gods vaderlijke voorzienigheid en een redelijk en bovennatuurlijk geloof aan Christus' goddelijke zending.

Christus eischte ook niet altijd het geloof van den zieke. Zoo genas Hij den blindgeboren bedelaar, zonder van geloof te spreken (Jo. IX, 1—7), en vroeg Hij hem eerst na de genezing, of hij in den Zoon Gods geloofde (vers 35—38). Hij genas den afwezigen knecht van den heidenschen hoofdman en prees het geloof van dezen laatste. Hierin ligt het bewijs, dat het geloof of vertrouwen op genezing volstrekt geen psychische voorbereiding tot de genezing was, gelijk bij het hypnotisme !).

') Zie Deel I, bl, 47; Studiën, XXXV, bl. 1—50; W. de Veer, Lezingen, II, bl. 165; Dr. Hoffman, Hysterie en Historie, (Gel. en Wet. S. V, N. 4); Les miracles évangéliques, par Bourchany, Paris, Le Coffre 1911.

Sluiten