Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betuigen en haar verhevenheid te verkondigen. Zoo deden Voltaire, Bayle, Kant, Rousseau, Strausz, Renan, Goethe, Harnack. Rousseau wist geen woorden te vinden, om de heiligheid en majesteit der evangelische zedenleer te beschrijven :). De goddelooze Renan noemt in hetzelfde boek, waarin hij de Godheid van Christus bestrijdt, de zedenleer van het evangelie „de hoogste schepping, die ooit uit een menschelijken geest te voorschijn trad, het schoonste wetboek van volmaakt leven, dat ooit door een zedenmeester geschreven werd"2).

Wijden wij nu nog eenige oogenblikken onze aandacht aan de wijze, waarop Jezus zijn leer verkondigde 3).

a. Jezus sprak niet, gelijk de Schriftgeleerden, op gezag van anderen, maar als gezaghebbend leeraar. (Mt. VII, 28, 29). Zijn woord luidde: „Gij hebt gehoord, dat tot de Ouden gezegd is.... Doch Ik zeg u". Mt. V, 22. Hij stelt zijn gezag niet enkel boven de Schriftgeleerden, maar ook boven de wet van Mozes zelf. Zoo overweldigend was het gezag van zijn woord, dat de gerechtsdienaars, die door den Hoogen Raad waren uitgezonden, om Hem gevangen te nemen, het niet durfden wagen, de handen aan Hem te slaan, en ter verontschuldiging aan den Raad het antwoord gaven: „Nooit heeft een mensch gesproken als deze mensch" 1 Jo. VII, 46. Als Meester van geesten en harten, eischt Hij geloof en gehoorzaamheid: „Mij is gegeven alle macht in den hemel en op aarde! Gaat dan, en onderwijst alle volken" Mt. XXVIII, 18, 19; Hij eischt bovendien alles-verzakende liefde. (.Mt. X, 37; Lc. XIV, 26). Zijn woord zal in eeuwigheid voor geen ander wijken; en zou het heelal ineenstorten, dan nog zal zijn woord over den puinhoop weerklinken. „Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan" Mt. XXIV, 35.

b. Jezus trad niet op als een geschoold wijsgeer, hield geen spitsvondige redetwisten, bediende zich niet van menschelijke redenaarskunst, maar zijn woord was eenvoudig. Hij

J) Feller, Catech. philos., N. 244. 2) Vie de Jésus. Zie Famulus, Heeft God werkelijk tot de menschen gesproken ? bl. 18—22. 3) Hierover heeft J. P. van Kasteren, S. J. een schoon boekje geschreven: Hoe Jezus predikte. (Gel. en Wet. S. IV, N. 3.)

Sluiten