Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat nu de innerlijke zielesmart betreft, kan niemand er aan twijfelen, dat deze in Christus allerhevigst was. Bij andere heilige menschen, die smarten en folteringen te verduren hadden, ontbrak het niet aan goddelijken troost, waarin zij verkwikking vonden en tevens kracht, om de hevigheid van het lijden met gelatenheid te dragen. Velen zelfs waren in de folteringen opgewekt in innerlijke blijheid.

Christus echter heeft den kelk van het bitterst lijden, dien Hij dronk, met geen enkele zoetigheid vermengd, maar Hij wilde, dat de menschelijke natuur, welke Hij had aangenomen, alle folteringen zou gevoelen, alsof Hij enkel mensch en geen God was" !).

108. Waar begon Christus zijn laatste lijden?

Christus begon zijn laatste lijden in den hof van Olijven.

Na de opwekking van Lazarus (bl. 195) stond het bij den Hoogen Raad der Joden onherroepelijk vast, dat Jezus sterven moest. Nog vóór het naderend Paaschfeest hadden de Sanhedristen gaarne hun moorddadig plan voltrokken, maar zij vreesden een volksoploop, wijl de stad wegens de Paaschplechtigheden vol Galileërs was. In een buitengewone vergadering ten huize van Caïphas, werd dan ook besloten de feesten te laten voorbijgaan. Een onverwachte gebeurtenis evenwel deed hen terugkomen op hun eerste besluit: Judas komt Jezus te koop aanbieden.

Onder de twaalf Apostelen was een verrader, en deze was Judas. Deze rampzalige koesterde in zijn hart de hebzucht. Jezus en zijn Apostelen leefden tijdens hun openbaar leven vooral van liefdegiften. Judas was kashouder, deed inkoopen, moest aalmoezen geven (Jo. XIII, 29). Judas maakte misbruik van het geschonken vertrouwen, bestal zijn Meester. Door woord en voorbeeld had Jezus hem de onthechting aan den rijkdom geleerd, maar de hartstocht van Judas werd sterker, en zijn geest meer en meer verblind, zijn hart versteend.

') De quarto art. Symb., N. 73; 3. q. 46, a. 5, 6; Suarez, Mysteria vitae Christi, D. 33.

Sluiten