Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der engelen, die zeiden, dat Hij leefde, en dat ook leerlingen het graf ledig zagen, maar Jezus niet vonden. Deze leerlingen dachten te veel aan de profetieën over den verheerlijkten, en vergaten de voorzeggingen omtrent den lijdenden en stervenden Messias. Hun geloof wankelde. Jezus sprak op straffenden toon: „O gij, onverstandigen en tragen van harte, om aan alles te gelooven, wat de Profeten gesproken hebben! Moest niet de Christus deze dingen lijden, en zoo zijn heerlijkheid binnengaan"! En toen verklaarde Hij hun de verschillende schriftuurplaatsen over het lijden van den Messias. Zoo waren zij de landhoeve genaderd. Jezus deed, alsof Hij verder wilde gaan, maar de twee leerlingen drongen er bij den onbekenden reisgezel op aan, bij hen te overnachten: „Blijf bij ons, want het wordt avond, en de dag is reeds gedaald". Toen zij nu het avondmaal gebruikten, nam Jezus het brood, zegende en brak het en reikte het hun toe. Het was hier de verandering van het brood in zijn H. lichaam, de H. Communie, hun toegereikt. Nu zij Hem in het hart dragen, gaan hun oogen open en herkennen zij hun Meester, maar Hij verdween uit hun oogen 1). Ze waren bedroefd, dat ze Hem niet eerder herkend hadden, en spraken: „Was ons hart niet brandend in ons, terwijl Hij op den weg sprak en ons de schriften verklaarde"? 't Was wel avond, maar zij snelden naar Jeruzalem en vonden de Apostelen en de andere leerlingen bijeen, behalve Thomas. Zoodra zij de zaal binnentraden, riepen de Apostelen hun toe: „De Heer is waarlijk verrezen en aan Simon verschenen!" En ook zij verhaalden toen, wat op den weg gebeurd was, en hoe zij Jezus in het breken des broods herkend hadden (Z.c. XXIV, 13—36). Toch bleven sommigen, ondanks het getuigenis van de vrouwen, van Petrus en van de twee Emmaüsgangers, nog twijfelen (Mc. XVI, 13).

5e. Nog waren de leerlingen van Emmaüs aan 't spreken, en zie, daar staat Jezus op het onverwachts in hun midden en sprak: „Vrede zij u! Ik ben het! Vreest niet". Groot was de ontsteltenis der leerlingen. De deuren der zaal waren

:) Was het — gelijk sommige schriftverklaarders meenen — niet de H. Communie, dan was het toch een zieltreffende toespeling op het goddelijk Liefdemaal.

Sluiten