Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dage verrezen is, volgens de schriften; en dat Hij verschenen is aan Cephas, en hierna aan de elven. Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van welke velen

tot nu toe leven Daarna is Hij verschenen aan Jacobus,

daarna aan al de Apostelen, en het laatst van allen is Hij, als aan den misgeborene, ook aan mij verschenen XV, 3—8. Deze verschijning van den verrezen Christus had plaats op den weg naar Damascus, waarheen Paulus op reis was, om daar, met volmacht van het Sanhedrin of den joodschen Raad, de Christenen te vervolgen. De H. Lucas beschrijft die verschijning Act. IX.

De Modernisten beweren, dat „het geloof aan de verrijzenis van Christus, van den beginne niet zoozeer het feit zelf der verrijzenis betrof, als wel het onsterfelijk leven van Christus bij God. (Lamentabili, N°. 37). Daarom trachten zij te bewijzen, dat Paulus op den weg van Damascus den Christus niet gezien heeft in hetzelfde lichaam, dat gekruist en begraven is. Ziehier hun verklaring: In Paulus was een sluimerend geloof aan de verrijzenis in onbewuste werking en ontwikkeling, en op den weg naar Damascus kwam het tot volle bewustzijn. In dien toestand meende Paulus Christus te zien, maar niet in zijn lichaam, dat gestorven en begraven was.

Deze modernistische uitvinding is in lijnrechten strijd met de werkelijkheid.

a. Paulus immers verkeerde in een toestand, die het sluimerend geloof aan de verrijzenis geheel buitensluit. Hij was geheel vervoerd van haat tegen de Christenen en rekende het zich ten plicht, die sekte uit te roeien. En in dien zieletoestand ziet hij opeens den verrezen en verheerlijkten Christus. De ware reden van dien plotselingen ommekeer heeft de Apostel zelf beschreven: „Ik verkreeg Gods barmhartigheid, omdat ik het onwetend deed, in ongeloof". I Tim. I, 13.

b. Dat Paulus hier spreekt van een werkelijk uitwendige verschijning van het lichaam van Christus, dat gestorven en begraven was, valt niet moeilijk te bewijzen. 1°. Paulus immers schrijft, dat Christus gestorven, begraven en verrezen is. Volgens den samenhang der woorden is derhalve Hij verrezen, die begraven was. 2°. Paulus beroept zich op het zien van

Sluiten