Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wereldbeschouwing en de menschelijke hartstochten. En ontelbaren gaan aan de voeten van den Kruiseling neerknielen, om Hem te aanbidden. En zijn leer wordt, om haar reinheid en verhevenheid, de grondslag van alle ware beschaving. En ontelbare wijsgeerige stelsels doemden op en verdwenen, alleen de leer van Christus bleef. Was Christus in het graf gebleven, dan was het Christendom nooit geboren; nu Christus tot een onsterfelijk leven is verrezen, zal ook zijn leer onsterfelijk zijn.

4°. Het ledig-bevonden graf.

Al de bewijzen voor de verrijzenis van Christus worden bevestigd door het ledig-bevonden graf. Dit geschiedkundig feit verdient een bijzondere vermelding, omdat er tegen de Modernisten duidelijk uit bewezen wordt, dat Christus met zijn vroeger gestorven en begraven lichaam verrezen is, en derhalve het geloof aan de verrijzenis van Christus, van den beginne af, nog iets anders betrof dan zijn onsterfelijk leven bij God. (Lamentabili, N°. 37).

Het staat geschiedkundig vast, dat het graf, waarin het lichaam van Christus gelegd werd, den derden dag ledig stond, en dat het lichaam nooit is teruggevonden. De vier Evangelisten getuigen het, met bijvoeging van verschillende omstandigheden; de H. Paulus spreekt er wel slechts in 't algemeen over, maar toch duidelijk genoeg, als van een feit, dat algemeen bekend was. {Act. XIII, 29; I Cor. XV, 4; Col. II, 12; Rom. VI, 4, X, 7; Eph. IV, 10); de Joden hebben het nooit tegengesproken, en dat zouden zij zeker gedaan hebben, indien het verhaal van het ledig graf slechts een legende was. Zij hebben het integendeel erkend door de beschuldiging van lijkroof, tegen de Apostelen uitgebracht.:)

*) Het verzinsel van Renan en Loisy, dat het lijk van Jezus, volgens de wet, geworpen werd in den gemeenschappelijken kuil, die voor de lijken der misdadigers bestemd was, wordt weerlegd door Mangenot, p. 194. Een dergelijk voorschrift staat in de Mishna, die eerst van de 2f' eeuw dagteekent. Het is niet bewezen, dat deze wet reeds in den tijd van Christus was ingevoerd. Op het lijk van den H. Stephanus is zij zeker niet toegepast. Bovendien was hiec de romeinsche wet aan het woord, en deze wet beval de lijken af te geven aan degenen, die er om verzochten.

Sluiten