Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

licht en begint de profetie van Micheas in vervulling- te gaan; „Van Sion zal uitgaan de wet en des Heeren woord van Jeruzalem. Aan het einde der dagen zal de berg van het huis des Heeren gevestigd zijn op de kruin der bergen en verheven boven de heuvelen, en tot Hem zullen de volkeren stroomen". IV, 2, 1.

II. Christus heeft aan zijn Kerk een maatschappelijke inrichting gegeven.

Een maatschappij is een blijvende vereeniging van meerdere personen, die met dezelfde middelen eendrachtig naar eenzelfde doel streven, onder leiding van een zichtbaar gezag, dat als eenheidsbeginsel de werkzaamheid der leden als één werking op het gemeenschappelijk doel richt.

De menigte is de bouwstof, waaruit het maatschappelijk gebouw wordt opgetrokken, het gezag is het cement, dat de bouwstof verbindt. De Kerk, door Christus gesticht, is een maatschappij.

1°. Van Christus koninkrijk spraken Israëls oude Profeten (Deel I, bl. 58), de naderende komst van dit Rijk predikte Joannes de Dooper (Deel II, bl. 177) en Christus zelf „begon te prediken en te zeggen; Bekeert u, want het Rijk der hemelen is genaderd". Mt. IV, 17 !).

Later sprak Hij uit het scheepje aan den oever van het meer van Genesareth over dit Rijk in veel gelijkenissen {Mt. XIII). Dit Rijk is gelijk aan een net met goede en kwade visschen, aan een akker, waarop tot den oogsttijd tarwe en onkruid (looze tarwe) groeit, aan een wijngaard, waarin veel arbeiders werkzaam zijn (Mt. XX, 1—16). Gelijk de slechte visschen worden weggeworpen, gelijk de looze tarwe wordt uitgetrokken, om verbrand te worden, evenzoo zal gebeuren met degenen, die in zijn Rijk ergernis geven en ongerechtigheid plegen (Mt. XIII, 41, 42). En toen het uur genaderd was, dat Christus Zich door zijn bloed de Kerk zou gewinnen, sprak Hij tot

*) Het Rijk der hemelen of het Rijk Gods heeft in de evangeliën een drievoudige beteekenis: a. de eeuwige zaligheid (Mt. VIII, 11), b. de heiligheid der ziel (Rom. XIV, 17), c. de Kerk van Christus op aarde. Dit laatste wordt ten onrechte ontkend door de moderne Protestanten. De aangehaalde gelijkenissen laten hieromtrent niet den minsten twijfel.

Sluiten