Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En na zijn verrijzenis stelde Hij Petrus aan tot herder van zijn lammeren en zijn schapen (Jo. XXI). Ook aan de andere Apostelen gaf Hij de macht, om te binden en te ontbinden (Mt. XVIII, 18). De sleutels zijn het zinnebeeld der bestuursmacht; het binden en ontbinden hebben dezelfde beteekenis *). De beslissing door de Apostelen op aarde gegeven, wordt door God in den hemel bekrachtigd. Christus beval nog, den zondaar, die halsstarrig weigert een beleediging, zijn broeder aangedaan, te herstellen, bij de Kerk aan te klagen, en Hij voegt er bij: „Luistert hij niet naar de Kerk, hij zij u als de heiden en de tollenaar". Mt. XVIII, 15—18.

Deze bestuursmacht der Apostelen omvat het recht wetten uit te vaardigen, recht te spreken, de schuldigen te straffen. De bevoegdheid, om recht te spreken en de schuldigen te straffen, ligt noodzakelijk in de wetgevende macht opgesloten, want alle wetten zijn een doode letter, als de wetgever de overtreders der wet niet oordeelen en straffen kan.

Dit recht is niet beperkt tot geestelijke straffen (b. v. de excommunicatie), maar strekt zich ook uit tot lichamelijke straffen, zooals blijkt uit de leer en de praktijk der Kerk 2). Van dit laatste recht heeft de Kerk zich altijd bediend overeenkomstig de maatschappelijke omstandigheden 3). Het is even dwaas als lasterlijk te beweren, dat de Kerk, als zij hiertoe bij machte was, de strafpleging der middeleeuwen weder zou invoeren 4).

2°. De Apostelen zelve hebben het leerambt, het priesterambt, het herdersambt uitgeoefend.

a. „En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, terwijl de Heere medewerkte, en het woord bevestigde door de teekenen, die daarop volgden". Mc. XVI, 20. „Zij hielden niet op, alle dagen in den tempel en in de huizen te leeren en Christus Jezus te verkondigen". Act. V, 42.

*) Over de beteekenis van sleutelen, van binden en ontbinden zal gesproken worden op bl. 23. 2) Zie Denzinger, N. 1504; 1697; Cavagnis, Instit. Juris publici ecclesiastici, lib. 1, cap. 2. art. 5. Herman, Instit. Theol. Dogm. N. 223—232. 3) Cavagnis, N. 292. 4) G.'van Noort, De Ecclesia, N. 40.

Sluiten