Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij waren de afgezanten van Christus, die hen zond, gelijk Hij zelf door den Vader gezonden was (Jo. XX, 21). Daarom getuigt Paulus: „Wij bedienen dan een gezantschap voor Christus". II Cor. V, 20.

De Katechismus zegt: 2°. Om de H. Kerk te besturen zijn door Christus de opvolgers der Apostelen aangesteld.

De drievoudige kerkelijke macht moet voortleven tot het einde der wereld.

a. De Kerk zelve zal volgens Christus' beloften voortbestaan tot het einde der eeuwen. Maar dan moet in die Kerk ook alles blijven, wat voor haar bestaan, als Kerk van Christus, noodzakelijk is. Hiertoe nu behoort de drievoudige macht, waardoor de leer van Christus verkondigd, de toediening der H. Sacramenten bestendigd, de medewerking der geloovigen met de heiligingsmiddelen verzekerd, de kerkelijke eenheid bewaard wordt.

b. De Kerk van Christus moet blijven, gelijk zij door Christus gesticht is, anders is zij geen Kerk van Christus meer. Door de afschaffing van de kerkelijke macht zou de Kerk in haar wezen veranderd worden en derhalve ophouden de Kerk van Christus te zijn.

c. Christus heeft zijn Apostelen bevolen, alle volken te onderwijzen, te doopen enz. Voor deze wereldomvattende taak was hun leven te kort, zij moeten derhalve voortleven in wettige opvolgers, op wie hun bediening overgaat.

d. Christus zal met de Apostelen, die Hij als leeraars, priesters en herders heeft aangesteld, zijn tot het einde der eeuwen, en de beloofde Geest der waarheid zal hen eeuwig ter zijde staan (Mt. XXVIII, 20; Jo. XIV, 16) in hun bediening. Die altijd voortdurende bijstand Gods zegt ons, dat de ontslapen Apostelen nog altijd voortleven in wettige opvolgers, die nog altijd Gods bijstand ondervinden.

e. Het voortbestaan van de kerkelijke macht blijkt ook uit de handelwijze der Apostelen, de uitvoerders van het bevel des Heeren. Zij stelden in de jeugdige Christengemeenten diakens, priesters en bisschoppen aan, en bevalen, dat voor dezen weder medehelpers en opvolgers zouden aangesteld worden.

Sluiten