Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van Petrus' bisschoppelijk verblijf en marteldood te Rome getuigt de geheele Oudheid. De eerste, die er aan durfde twijfelen, was Marsilius van Padua, een schrijver uit de 14e eeuw, die, in den strijd tusschen Lodewijk van Beieren en Paus Joannes XXII, den Paus vijandig was. Deze meening van Marsilius werd door de Protestanten, niet uit liefde tot de waarheid, maar enkel uit partijzucht (gelijk thans door veel Protestanten en ongeloovigen wordt toegegeven), als geschiedkundige waarheid afgekondigd en verdedigd 1).

Onder de getuigenissen der Oudheid komt op de eerste plaats de eerste brief van Petrus zeiven, die te Rome geschreven werd: „U groet de mede-uitverkorene gemeente, die te Babyion is, en Marcus, mijn zoon". I Petr. V, 13. Met den zinnebeeldigen naam van Babyion wordt, even gelijk in Apoc. XVII, 5; XVIII, 2, Rome, om zijn groote verdorvenheid, aangeduid. Er kan geen sprake zijn van Babyion aan de Euphraat, dat destijds reeds een woestenij, noch van Babyion bij Cairo, in Egypte, dat slechts een dorp was. De meening der oudere Protestanten, die met Erasmus aan Babyion bij de Euphraat dachten, vindt weinig aanhangers meer 2).

De oudste schrijvers getuigen van Petrus' bisschoppelijk verblijf en marteldood te Rome 3).

Reeds de H. Clemens van Rome spreekt in zijn eersten brief aan de Corinthiërs, die zeker vóór het jaar 97 geschreven werd, van den marteldood van Petrus en Paulus te Rome 4) De H. Ignatius (+ 107) schrijft in het begin der tweede eeuw, gedurende zijn reis naar de martelplaats, aan de Romeinen: „Ik heb over u niet, gelijk Petrus en Paulus, te bevelen" 5). Dionysius van Corinthe verhaalt omtrent 170, „dat Petrus en Paulus naar Italië vertrokken zijn, te Rome gepredikt hebben, en tezelfder tijd den marteldood stierven" 6). De romeinsche priester Cajus schrijft omstreeks het jaar 200, dat in zijn tijd

2 Harnack zegt hiervan: „Dat dit evenwel een dwaling blijkt, is zoo

„e. , , da£ voor elken geschiedvorscher, die zich niet blinddoekt".

Uironol. der altchristlichen Litteratur bis Eusebius, I, S. 244. 2) Renan, Harnack en andere ongeloovigen verstaan onder Babyion de stad Rome'

) Zie Ermann, De Paus, IV, bl. 125, v.v.; Albers, I H., 8 4 4o. *) Can

5, 6. 5) Cap. 4. 6) Bij Eusebius, Hist. Eccl. II, 25.

111

Sluiten