Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hegesippus, die omstreeks het jaar 180 stierf en wiens geschriften bij den geschiedschrijver Eusebius bewaard bleven, was diep bewogen door de tallooze scheuringen en ketterijen bij de Christenen uit het Jodendom. Om zich in het geloof te versterken, ondernam hij een rondreis door de christenwereld, met Rome tot einddoel. Overtuigd, dat de Bisschop de levende geloofsregel der geloovigen is, wendt hij zich tot de Bisschoppen, om het geloof der christengemeenten te kennen. Hij getuigt, „dat hij bij veel Bisschoppen verbleef, bij allen dezelfde leer aantrof", en dat „in elke opvolging (reeks) der Bisschoppen de leer werd gehouden, die door de Wet, de Profeten en den Heer verkondigd is" 1).

Polycrates, Bisschop van Ephese, beroept zich, omstreeks het jaar 195, in zijn brief aan Paus Victor, op Polycarpus, den Bisschop van Smyrna en veel andere oude Bisschoppen, alsmede op zeven zijner voorgangers in het bisschopsambt, om zijn meening omtrent de viering van het Paaschfeest te verdedigen 2). De geschiedenis getuigt niet alleen het bestaande feit der bisschoppelijke opvolging, maar heeft zelfs de namen van veel Bisschoppen uit de eerste en tweede eeuw opgeteekend. Zoo geeft b.v. Irenaeus de namen der Bisschoppen van Rome 3), Eusebius de namen der Bisschoppen van Jeruzalem, Antiochië en Alexandrië 4).

Het onloochenbaar feit der bisschoppelijke opvolging was dan ook een machtig wapen in de hand der oude geloofsverdedigers tegen de ketters.

Irenaeus ("j" 202), Bisschop van Lyon en leerling van den H. Polycarpus, die zelf een leerling van den Apostel Joannes was, schreef omtrent het jaar 180 zijn meesterlijk werk tegen de ketterijen. Hierin beroept hij zich op de Overlevering der Apostelen, die in de wettige opvolging der Bisschoppen bewaard bleef. „Alwie rechtzinnig de waarheid zoekt, kan gemakkelijk in geheel de Kerk de Overlevering der Apostelen vinden. Wij kunnen de Bisschoppen noemen, die door de Apostelen zijn aangesteld, alsook hun opvolgers tot onze

l) Bij Eusebius, Hist. Eccl. IV, 22. 2) Bij Euseb. Hist. Eccl. V, 24.

3) Adv. haeres. III, 3. 4) Hist. Eccl. III; IV.

Sluiten