Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongehoorzaam te zijn aan den Bisschop, indien wij onderworpen willen blijven aan God"*). „Het past niet, gemeenzaam te zijn met den Bisschop wegens zijn jeugdigen leeftijd, maar hem, ter wille van de macht van God den Vader, allen eerbied te betuigen, gelijk ook — zooals ik weet — zijn heilige priesters geen misbruik maken van zijn jeugd, maar zich schikken naar hem" 2). „Alwie aan God en Jezus Christus behoort, is met den Bisschop" 3). „Zonder toestemming van den Bisschop is het niet geoorloofd te doopen, liefdemaaltijden te houden; maar alles, wat hij goedkeurt, is welgevallig aan God" 4).

De Bisschoppen zijn derhalve — gelijk de Katechismus zegt — de opvolgers der Apostelen.

Het leeraars- en herdersambt, door Christus aan zijn Apostelen geschonken, ging over op de Bisschoppen, en zoo blijft het college der twaalf Apostelen voortleven in het R. K. Episcopaat; zoo zijn de gezamenlijke Bisschoppen de opvolgers der twaalf Apostelen.

Hieruit volgt evenwel niet, dat de Bisschoppen in alles de gelijken der Apostelen zijn. Overeenkomstig de behoeften der jeugdige Kerk had Christus aan zijn Apostelen buitengewone gaven en volmachten geschonken. Zij ontvingen openbaringen, de gave der persoonlijke onfeilbaarheid in het verkondigen der Openbaring, die in hun prediking haar voltooiing vond. Zij hadden de gave der wonderen, om hun woord door goddelijke teekenen te bekrachtigen. Zij waren bekleed met de volmacht overal te prediken, kerken te stichten, Bisschoppen aan te stellen, altijd in onderwerping aan het oppergezag van Petrus. Deze buitengewone gaven en volmachten gingen niet over op de afzonderlijke Bisschoppen, wier bestuursmacht bovendien binnen de grenzen van een afzonderlijk rechtsgebied of bisdom beperkt werd.

Elke Bisschop afzonderlijk is slechts opvolger der Apostelen in het bestuur der Kerk, in zoover de Apostelen naast hun

!) Ephes. 5. 2) Magn. 3. 3) Philad. 3. 4) Smyrn. 8. Zie Michiels, L'Origine de l'Episcopat; Mertens, De hiërarchie in de eerste eeuwen des Christendoms; Battifol, L'Ëglise naissante6.

Sluiten