Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als zij niet goedgekeurd zijn door den eigen herder" 1).

Het komt den Bisschop toe, de algemeene katholieke gedragslijn nader te bepalen en aan te passen aan de eigenaardige omstandigheden van zijn bisdom. Gebeurt het nu, dat een of ander Bisschop in zijn diocees iets goedkeurt of toelaat, wat een ander Bisschop in zijn diocees verbiedt, dan volgt hieruit niet, dat er strijd bestaat tusschen beginselen of tusschen Bisschoppen, maar enkel en alleen, dat de toestanden in de bisdommen verschillen, en dat deze verschillende toestanden een verschillende wijze van handelen noodzakelijk maken 2).

Geestelijken en leeken zijn ook verplicht in het openbaar leven de katholieke beginselen, gelijk ze door den Paus en de Bisschoppen worden verklaard, in beoefening te brengen, en wanneer de Paus en de Bisschoppen een bepaalde gedragslijn voorschrijven, zijn allen verplicht, zich aan hun leiding te onderwerpen.

Het verzuim van dezen plicht bracht tweedracht onder de Katholieken en brak niet zelden hun kracht tegenover den vijand. Terecht vergelijkt Leo XIII die tuchtelooze Katholieken met de priesters uit het boek der Machabeën (I, Mach. V, 64, 62), die „in het gevecht vielen, terwijl zij dapper wilden handelen en zonder beleid ten strijde trokken" — „zij waren echter niet van het geslacht dier mannen, door wie in Israël heil bewerkt is" 3). En nog onlangs veroordeelde Pius X de dwaling der Modernisten, dat een Katholiek, als burger, zonder zich aan het gezag en de vermaningen of de bevelen der Kerk te storen, het recht en den plicht heeft, te doen, wat hij in het belang van den Staat acht 4). Diezelfde Modernisten brachten in veel katholieke kringen een geest van wantrouwen en bedilzucht tegenover de kerkelijke overheid, haar maatregelen en bedoelingen 5).

*) Motu proprio van den 18n Dec. 1903, art. XIV. 2) Zie Dr. Ch. van Dam, De Katholieke Kerk en de sociale Quaestie, bl. 100; Ned. Kath. St., bl. 292. Hieromtrent lezen wij ook in de Prosyn. Bred (p. 966): „Alle R. K. vereenigingen, ook de R. K. vafcvereenigingen, staan onder de leiding der Bisschoppen". 3) Brief aan de fransche geestelijkheid van den 8n Sept. 1899. 4) Lamentabili, Denzinger, N. 2092. 5) G. van Noort, Modernisme, bl. 50.

Sluiten