Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de honderd jaren. Ook het oordeel der verspreide Bisschoppen kan niet altijd worden afgewacht en wordt slechts met veel moeite ingewonnen.

Opwerpingen tegen de Onfeilbaarheid.

De vijanden van het Pausschap hebben veel opwerpingen bijeengezocht uit de geschiedenis 1). Zij wijzen op onware uitspraken, op onderlinge tegenspraak van eenige Pausen. Om iets tegen de onfeilbaarheid te bewijzen, is het noodig a. dat de aangevoerde feiten zeker zijn, b. dat de zoogenaamde onware uitspraken geen gezonden zin toelaten, c. dat deze uitspraken, indien zij onwaar zijn, als uitspraken ex cathedra gedaan zijn, d. dat in geval van tegenspraak, de Pausen beiden ex cathedra spreken. Een of ander ontbreekt in alle opwerpingen tot hiertoe ingebracht 2).

De Uitspraken der Romeinsche Congregaties en der Bijbelcommissie.

De Katechismus zegt: De Kerk is in de geloofsleer en in de zedenleer onfeilbaar en zij geeft haar onfeilbare uitspraken

*) De opwerpingen uit de H. Schrift en de Overlevering vindt men weerlegd bij Mannens, N. 660; J. V. de Groot, Q. XVI, a. VI. 2) Ermann, De Paus, III, bl. 185. Drie Pausen vooral moeten hier hun dienst bewijzen. Het zijn Liberius (352—366), Vigilius (537—556) en Honorius (625—638). Over Liberius raadplege men Mannens, N. 663, G. van Noort, N. 189, J. V. de Groot, p. 626, Kirchenlexicon, VII, S. 1945, Albers, § 29, 5°.; over Vigilius G. van Noort, N. 190, Kirchenlexicon, XII, S. 957; over Honorius Mannens, N. 664, G. van Noort, N. 191, J. V. de Groot, p. 628, Albers § 35, Kirchenlexicon VI, S. 230. De betreurenswaardige veroordeeling van Galileï door de Congregatie van den Index, den 5" Maart 1616, op bevel van Paus Paulus V, en door de Congregatie van de Inquisitie, den 22n Juni 1633, heeft niets te maken met de pauselijke onfeilbaarheid, want deze veroordeeling was geen locutio ex cathedra. Zie F. Becker, Galileï en de onfeilbare Kerk van den hoogleeraar Fruin, Studiën IV; Schaepman, Een nieuw verwijt uit een oude doos, De Wachter, 2e Jaarg. II; Ermann, II, bl. 191—195; E. J. B. Jansen, Galileo Galilei (Sint-Willebrordusvereeniging, Nieuwe Serie, N. 4); Devivier, Apologie, bl. 511; Albers, § 153, 5o.; Kirchenlexicon, V, S. 18; Choupin, Valeur des décisions doctrinales et disciplinaires du Saint-Siège2, p. 157—184.

Sluiten