Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. De Kerk van Christus moet één zijn in haar bestuur. Christus spreekt nooit van meerdere kerken, als zouden ooit verschillende, op zich zelf staande, elk onder een verschillend bestuur levende kerkgenootschappen te zamen als bond de Kerk van Christus uitmaken. Hij kent maar één Kerk, die Hij „mijn Kerknoemt, gebouwd op één steenrots, die Petrus is; Hij kent maar één schaapskudde, één opperherder, die al de lammeren en al de schapen weiden moet. (Jo. X, 16; Mt. XVI, 18; Jo. XXI, 15. v.v.).

II. Heiligheid.

De Kerk van Christus moet heilig zijn. Zij is het werk van den Godmensch. De Zoon Gods daalde uit den hemel op aarde neer, om een Kerk te stichten, en door die Kerk de menschen te heiligen in den tijd en zalig te maken in de eeuwigheid. Zij is dus een goddelijke stichting. Terecht schrijft de Apostel: „Christus heeft de Kerk liefgehad en Zich zeiven voor haar overgegeven, opdat Hij haar zou heiligen, haar reinigende door het bad des waters met het woord des levens (het H. Doopsel en de sacramenteele woorden), opdat Hij zelf Zich de Kerk heerlijk zou aanbieden ' Eph. V, 25 27.

Waarin moet Christus' Kerk heilig zijn?

Zij moet heilig zijn in haar leer, in haar middelen, in vele harer leden.

a. De leer van J. C., de eeuwige Wijsheid, den Heilige der heiligen, is een goddelijke leer, bijgevolg moet die leer in alles heilig zijn en in alles geschikt, om den mensch te heiligen. Hieruit volgt, dat een kerkgenootschap, wiens geloofsof zedenleer in strijd is met de Openbaring, met de natuurlijke rede of de natuurlijke zedenwet, of ook geen middel is, om den mensch dichter bij God te brengen, geen ware Kerk

van Christus kan zijn.

b. De Kerk van Christus moet, behalve een heilige leer, ook heiligingsmiddelen hebben, waardoor de zwakke en zondige mensch in staat gesteld wordt, om heilig te leven.

c. De Kerk van Christus moet zich op veel heiligen kunnen beroemen, want men kent den boom aan zijn vruchten. Christus

Sluiten