Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft. Dit stelsel — zegt Leo XIII — zal eer de Katholieken van de Kerk scheiden dan de gescheidenen tot de Kerk terugvoeren. Vandaar, dat men de Kerk, die onverzettelijke zuil der waarheid, verwijt, onverdraagzaam te zijn; vandaar, dat men haar beschuldigt, niet mede te gaan op den weg der beschaving. Deze lasterlijke aantijgingen bewijzen niet, wat zij beoogen, maar wel, dat de Kerk zich niet laat medevoeren met eiken wind der dwaling, die jaarlijks uit verschillende hoeken waait, maar het onveranderlijke evangelie zuiver en ongeschonden bewaart en verkondigt.

„Maar — zal wellicht iemand vragen — er zijn in de R. K. Kerk zooveel verschillende voorschriften en gebruiken: hier is het verboden vleesch te eten, elders niet; vroeger moest men verschillende feestdagen vieren," die nu weer door Pius X zijn afgeschaft, enz.". Dit heeft niets te maken met de eenheid. Om dit goed te begrijpen, moet men onderscheid maken tusschen de goddelijke Openbaring met haar geloofswaarheden, goddelijke wetten en instellingen, en tusschen zuiver kerkelijke wetten. De Openbaring is onveranderlijk; de geloofswaarheden van gisteren zijn ook de geloofswaarheden van morgen; de wetten, door God gegeven, blijven van kracht voor alle tijden en voor alle plaatsen. De kerkelijke wetten daarentegen kunnen zich plooien en schikken naar omstandigheden van tijd en plaats enz., en zijn, even gelijk de burgerlijke, aan verandering onderhevig, omdat zij te rekenen hebben met maatschappelijke toestanden, welke niet zelden een menschelijke wet of instelling, die vroeger ten zegen strekte, thans nadeelig doen zijn. Welnu, met hetzelfde recht, waarmede de kerkelijke Overheid een wet uitvaardigt, kan zij die wet weer opheffen of veranderen. Maar dit alles heeft niets uit te staan met de eenheid der geloofsleer.

Evenmin schaden de verschillende meeningen der katholieke godgeleerden aan de eenheid des geloofs; want zij betreffen vrije vraagstukken; en zoodra Rome spreekt, is de zaak beslecht.

Er komt ook geen verandering in het geloof door de uitspraken der Kerk, waardoor de een of andere waarheid als geloofsleer wordt afgekondigd, zooals in 1854 Maria's Onbevlekte Ontvangenis en in 1870 de pauselijke onfeilbaarheid.

Sluiten