Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Domine uit, waarin hij 41 stelling-en uit Luthers geschriften veroordeelde, en hem met den ban dreigde, indien hij binnen de 60 dagen zijn dwalingen niet herriep *).

Wat deed nu Luther? Hij beriep zich op een algemeen concilie, schreef een boekje Tegen de Bulle van den Antichrist en verbrandde voor de Estherpoort te Wittenberg, den 12n Dec. 1520, de bul van Leo met de boeken van het Kerkelijk Recht, onder den uitroep: „Wijl gij den Heilige des Heeren bedroefd hebt, zoo vertere u het eeuwig vuur" 2)! Hierbij beriep hij zich op den Apostel Paulus, die de boeken der toovenaars verbrandde.

In Dec. 1524 wierp Luther het monnikskleed af en voltooide zijn schande op den 13" Juni 1525 door zijn heiligschennend huwelijk met de afvallige kloosterzuster Catharina van Bora.

De laatste levensjaren van Luther verliepen in kommer en bitterheid. De tallooze scheuringen onder zijn volgelingen, de verwildering der zeden, de geschillen met zijn oude wapenbroeders, het onsterfelijk voortbestaan der Roomsche Kerk en des Pausdoms, wier ondergang hij gezworen had, lieten hem niet met rust. Voor zijn oogen stond nog altijd de oude Moederkerk op haar eeuwige steenrots. In zijn ooren klonk uit haar statige beuken, waarlangs reeds vijftien eeuwen voorbijtrokken, nog altijd het onveranderlijk: „Credo unam, sanctam, catholicam et apostolicam Ecclesiam". Veel nog1 zou Luther tegen den Paus geschreven en gesproken hebben, maar graveelpijnen maakten hem machteloos. Hij stierf, het hart vol gloeienden haat tegen den Paus, plotseling in den nacht van den 18" Febr. 1546 te Eisleben, waar hij zich tijdelijk bevond, om een geschil van den graaf van Mansfeld te beëindigen. Den avond vóór zijn dood nog schreef hij, gelijk de geneesheer Ratzeberger verhaalt, met krijt het vers op den wand: „Pestis eram vivus, moriens ero mors tua, papa". „Ik was uw pest in 't leven, stervend zal ik uw dood zijn, paus"! Die voorspelling bleek machteloos tegen het woord: „Gij zijt Petrus, en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen" 3).

l) Janssen, II, S. 109. 2) Zie Denifle I, S. 15, Luthers Sprechweise. 3) Janssen, III14, S. 552. Over Luther leze men verder Luther von Hartmann Grisar.

Sluiten