Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drie groote middelen der christelijke volmaaktheid: de eeuwige zuiverheid, de vrijwillige armoede, de volmaakte gehoorzaamheid. De kille adem der hervorming vernielde dien hemelbloesem. De kloostergeloften werden ongeldig, zelfs zondig verklaard; de kloosterpoorten opengestormd, en velen, zeer velen volgden het voorbeeld van Luther en zijn medeplichtige, Catharina van Bora. Eedbrekende priesters en monniken werden de apostelen van het „zuiver Evangelie". Terecht haalt de H. Franciscus van Sales het verwerpen der evangelische Raden als een bewijs aan, dat het Protestantisme niet de Kerk van Christus is.

Wat nu de gave der wonderen betreft, waardoor de heiligheid eener leer en eener geloofsbelijdenis door God bevestigd wordt, hierop,liet het Protestantisme nooit eenige aanspraak gelden 1).

Over het zedelijk gedrag van Luther, Calvijn, Hendrik VIII en andere voormannen der hervorming leze men de geschiedenis 2).

Over ons vaderland schrijft de Protestant Fruin: „Er waren hier en daar gemeenten, die door waardige pastoors werden bediend, toonbeelden van kuisch en vroom leven, van toewijding en geloofsijver, die met Lindanus de vele misbruiken en de noodzakelijkheid eener hervorming van hoofd en leden der Kerk erkenden, maar zonder de Kerk zelve daarom minder lief te hebben en te eerbiedigen. Op het voorbeeld van dezulken, nam ook de gemeente daar ter plaatse haar godsdienstplichten getrouw waar, en dwaalde van het geloof, dat haar zuiver geleerd werd, niet af. Naar aanleiding hiervan maken Dusseldorp en de Carmelietermonnik Bertius, ieder van den ander onafhankelijk, een opmerking, die mij juist schijnt. Zij zeggen: nog heden ten dage kan men zeer goed zien, wat voor pastoor de verschillende dorpen in Holland op het beslissend oogenblik, toen de hervorming in het gevolg der Watergeuzen

Luther, De seruo arbitrio; Calvijn, Instit. Proefatio. Spottend schreef Erasmus, dat de hervormers zelfs niet bij machte waren, een kreupel paard te genezen. Diatrib. De libero arbitrio. 2) Albers, § 136—150; Geschiedvervalsching, Boek III; Nuyens, Het Katholicismus en de Beschaving, II, Eerste afdeeling; Denifle, I, S. 771—852; W. Knuif, Naar het rijk des lichts, § I.

Sluiten