Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die ze verricht. Daarom waarschuwt zij ons tegen elke verkeerde meening en vermaant zij ons, alles ter eere Gods te verrichten en in de liefde tot God en den evenmensch de eerste beweegreden der goede werken te zoeken 1).

De ongeloovigen beschuldigen de Katholieke Kerk, dat zij door haar wereldverachting en verheerlijking der armoede zich vijandin betoont van de welvaart der volkeren.

Hierop antwoordt Paus Leo XIII: „De zorg der Katholieke Kerk bepaalt zich niet zoo uitsluitend tot de verrichtingen ten bate van het geestelijk leven, dat zij daardoor de aangelegenheden van het aardsch bestaan over het hoofd ziet" 2). De Kerk verbiedt aan niemand rijkdom te verwerven, maar zij wijst een ieder op de plichten der rechtvaardigheid en der naastenliefde, en leert haar kinderen, den rijkdom niet te beschouwen als levensdoel, maar als een middel ter eeuwige zaligheid. In plaats van het streven naar aardsche goederen te verbieden, wijst zij alle menschen op den plicht van nuttigen arbeid, die bovendien voor de meeste menschen ook een noodzakelijk middel is, om in eigen onderhoud of in het onderhoud der hunnen te voorzien 3).

Als de Kerk de armoede prijst, verlangt zij niet naar een maatschappelijken toestand, waarin velen in armoede verkeeren, want zulk een toestand is zelfs gevaarlijk voor het eeuwig heil der zielen; maar dan prijst zij de geduldig aanvaarde, en ook de vrijwillig gekozen armoede, de heldhaftige deugd van die uitverkoren zielen, die alles verlaten, om geheel voor God en den evenmensch te leven 4).

') Zie Cathrein, Die Kath. Weltanschauung, S. 463. Over het godsdienstbegrip onzer Modernen leze men de Studiën, 27e deel, bl. 25. Openlijke godloochenaars beweren innig godsdienstig te zijn. 2) Rerum Novarum. 3) Zie Cathrein, S. 477. 4) In 't jaar 1875 deed de Luiksche hoogleeraar de Laveleye een brochure verschijnen: De I avenir des peuples catholiques. Dit werkje werd weldra in elf talen overgezet. Dit boekje poogt de minderwaardigheid van het Katholicisme tegenover het Protestantisme aan te toonen. 't Werd aanstonds weerlegd door Schaepman in Onze Waditer, 1875, II, bl. 97; door Duval, Le Catholicisme et le Protestantisme devant les faits (Paris, Victor Palmé) en anderen. Zie ook Cathrein in Stimmen aus Maria-Laach LXIII; G. v. Noort, De Ecclesia, N. 148; Heinrich Pesch, Die sociale Befahigung der Kirche, S. 513—601.

Sluiten